uitzoeken
werkwoord ˈœytsukə(n)Betekenis
- een selectie maken uit een grotere verzameling
- een probleem onderzoeken tot er duidelijkheid komt
Hoe spreek je uitzoeken uit?
/ˈœytsukən/
Uitzoeken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| u | boek |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van uitzoeken
uitzoekenhele werkwoord — zocht uitverleden tijd enkelvoud — zochten uitverleden tijd meervoud — uitgezochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zoek uit | zocht uit |
| jij | zoekt uit | zocht uit |
| hij, zij, het | zoekt uit | zocht uit |
| wij | zoeken uit | zochten uit |
| jullie | zoeken uit | zochten uit |
| zij | zoeken uit | zochten uit |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is uitgezocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgezocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgezocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgezocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgezocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgezocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgezocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgezocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uitgezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uitgezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uitgezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uitgezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uitgezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uitgezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uitgezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgezocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben uitgezocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitzoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te zoeken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen zoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal zoeken | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou zoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden zoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt zoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen zoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen zoeken | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult zoeken | bijzin, toekomende tijd |
| uitgezocht | verleden tijd, deelwoord |
| uitgezocht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgezocht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgezocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgezocht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgezocht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgezocht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgezocht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgezocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgezocht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgezocht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitzocht | bijzin, verleden tijd |
| uitzochten | bijzin, verleden tijd |
| uitzoek | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitzoekend | onvoltooid, deelwoord |
| uitzoekt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart uitgezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uitgezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uitgezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uitgezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uitgezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uitgezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uitgezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uitgezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitzoeken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uitgezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zocht uit | verleden tijd |
| zoek uit | gebiedende wijs |
| zou uitgezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitzoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) uitzoeken uit zou(dt) zoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitzoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitzoeken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen uitgezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitgezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitzoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitzoeken | bijzin, toekomende tijd |
| zult uitgezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van uit bw en zoeken ww , vergelijk Duits aussuchen
Woordfamilie van uitzoeken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitgezocht | voltooid deelwoord | uitzoeken |
| uitzocht | subordinate-clause, verleden tijd | uitzoeken |
| uitzochten | subordinate-clause, verleden tijd | uitzoeken |
| uitzoek | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitzoeken |
| uitzoeke | with-subordinate-clause | uitzoeken |
| uitzoekend | onvoltooid deelwoord | uitzoeken |
| uitzoekende | woordvorm | uitzoeken |
| uitzoekt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitzoeken |
| zocht uit | verleden tijd | uitzoeken |
| zochten uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitzoeken |
| zoek uit | gebiedende wijs | uitzoeken |
| zoeke uit | woordvorm | uitzoeken |
| zoeken uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitzoeken |
| zoekt uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitzoeken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitzoeken zijn vastgelegd.