Naar de inhoud

dumpen

(in grote hoeveelheden) onder de gangbare prijs verkopen.

dumpen

werkwoord ˈdʏmpə(n)

Betekenis

  1. (in grote hoeveelheden) onder de gangbare prijs verkopen.
  2. storten, lozen, wegwerpen
  3. (m.b.t. een persoon) zich ontdoen van.
  4. (m.b.t. een geliefde) afdanken, de bons geven, het uitmaken met.

Hoe spreek je dumpen uit?

/ˈdʏmpən/

Dumpen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdʏmpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
ʏ put
m maan
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. onder de gangbare prijs verkopen. transitive
  2. zich ontdoen van. transitive
  3. afdanken, de bons geven, het uitmaken met. transitive

Vervoeging van dumpen

dumpenhele werkwoord — dumpteverleden tijd enkelvoud — dumptenverleden tijd meervoud — gedumptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dump dumpte
jij dumpt dumpte
hij, zij, het dumpt dumpte
wij dumpen dumpten
jullie dumpen dumpten
zij dumpen dumpten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dump gebiedende wijs
dumpe aanvoegende wijs
dumpend onvoltooid, deelwoord
dumpte verleden tijd
er is gedumpt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedumpt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedumpt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedumpt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedumpt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedumpt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedumpt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedumpt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedumpt verleden tijd, deelwoord
gedumpt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedumpt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedumpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedumpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedumpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedumpt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedumpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedumpt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedumpt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedumpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedumpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedumpt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedumpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedumpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedumpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedumpt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedumpt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dumpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedumpt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dumpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dumpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dumpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dumpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedumpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedumpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedumpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dumpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dumpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dumpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedumpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedumpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedumpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dumpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dumpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dumpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedumpt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedumpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedumpt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dumpen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedumpt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dumpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dumpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dumpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dumpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedumpt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedumpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedumpt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dumpen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedumpt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘onder de markt verkopen, storten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1972

Woordfamilie van dumpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dumpe aanvoegende wijs dumpen
dumpend onvoltooid deelwoord dumpen
dumpende woordvorm dumpen
dumpt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dumpen
dumpte verleden tijd dumpen
dumpten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dumpen
gedumpt voltooid deelwoord dumpen
gedumpte woordvorm dumpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dumpen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over dumpen

Hoe spreek ik dumpen uit?
Zo spreek je dumpen uit: /ˈdʏmpə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van dumpen?
Dumpen is een werkwoord. De betekenis is: (in grote hoeveelheden) onder de gangbare prijs verkopen. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik dumpen?
Zo vervoeg je dumpen zo: de tegenwoordige tijd is dump, de verleden tijd is dumpte en het voltooid deelwoord is gedumpt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dumpen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. U 4
  3. M 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dumpen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. U 2
  3. M 3
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dumpen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dumpen in het kort

dumpen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van dumpen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dumpen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dumpen: (in grote hoeveelheden) onder de gangbare prijs verkopen.
Deel dumpen — standaardnederlands.nl