dump
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- depot van legergoederen
- winkel waar overbodig geworden of afgedankte legergoederen verkocht worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dumps | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dumpen
- gebiedende wijs van dumpen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dumpen
Vervoeging van dump
dumphele werkwoord
Herkomst
van het Engelse 'to dump' (neergooien)
Woordfamilie van dump
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dumps | meervoud | dump |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dump zijn vastgelegd.