Naar de inhoud

afstoten

van de hand doen

afstoten

werkwoord ˈɑfstotə(n)

Betekenis

  1. van de hand doen
  2. als eerste een bal stoten
  3. herkennen als niet lichaamseigen en dan met een ontstekingsreactie uit het lichaam verwijderen
  4. niet meer met iemand willen omgaan

Hoe spreek je afstoten uit?

/ˈɑfstotən/

Afstoten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfstotən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
s sok
t tak
o boot
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afstoten

afstotenhele werkwoord — stiet afverleden tijd enkelvoud — stieten afverleden tijd meervoud — afgestotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stoot af stiet af
jij stoot af stiet af
hij, zij, het stoot af stiet af
wij stoten af stieten af
jullie stoten af stieten af
zij stoten af stieten af
Alle 84 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te stoten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen stoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal stoten bijzin, toekomende tijd
af zou stoten bijzin, voorwaardelijk
af zouden stoten bijzin, voorwaardelijk
af zoudt stoten bijzin, voorwaardelijk
af zullen stoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen stoten bijzin, toekomende tijd
af zult stoten bijzin, toekomende tijd
afgestoten verleden tijd, deelwoord
afgestoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afstiet bijzin, verleden tijd
afstieten bijzin, verleden tijd
afstoot bijzin, tegenwoordige tijd
afstootte bijzin, verleden tijd
afstootten bijzin, verleden tijd
afstotend onvoltooid, deelwoord
er is afgestoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgestoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgestoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgestoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgestoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgestoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgestoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgestoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stiet af verleden tijd
stoot af gebiedende wijs
stootte af verleden tijd
te hebben afgestoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afstoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal afgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afstoten bijzin, toekomende tijd
zou afgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afstoten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afstoten af zou(dt) stoten bijzin, voorwaardelijk
zouden afgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afstoten bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afstoten bijzin, voorwaardelijk
zullen afgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afstoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afstoten bijzin, toekomende tijd
zult afgestoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afstoten bijzin, toekomende tijd
zult/zal afstoten af zult/zal stoten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en stoten ww

Woordfamilie van afstoten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgestoten voltooid deelwoord afstoten
afstiet subordinate-clause, verleden tijd afstoten
afstieten subordinate-clause, verleden tijd afstoten
afstoot subordinate-clause, tegenwoordige tijd afstoten
afstootte subordinate-clause, verleden tijd afstoten
afstootten subordinate-clause, verleden tijd afstoten
afstote with-subordinate-clause afstoten
stiet af verleden tijd afstoten
stieten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afstoten
stoot af gebiedende wijs afstoten
stootte af verleden tijd afstoten
stootten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afstoten
stote af woordvorm afstoten
stoten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afstoten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afstoten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over afstoten

Hoe spreek je afstoten uit?
De uitspraak van afstoten is: /ˈɑfstotə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afstoten?
Afstoten is een werkwoord. Het woord betekent: van de hand doen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afstoten?
Je vervoegt afstoten als volgt: het voltooid deelwoord is afgestoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afstoten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afstoten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afstoten in het kort

afstoten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afstoten zijn 55 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afstoten bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afstoten: van de hand doen
Deel afstoten — standaardnederlands.nl