dopen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- bevochtigen door indompeling in een vloeistof
- iemand ritueel met water besprenkelen of erin onderdompelen en zodoende tot een geloof toelaten
- een naam geven, met name bij het dopen
- voor het eerst ondergaan
Vervoeging van dopen
dopenhele werkwoord — doopteverleden tijd enkelvoud — dooptenverleden tijd meervoud — gedooptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doop | doopte |
| jij | doopt | doopte |
| hij, zij, het | doopt | doopte |
| wij | dopen | doopten |
| jullie | dopen | doopten |
| zij | dopen | doopten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| doop | gebiedende wijs |
| doopte | verleden tijd |
| dope | aanvoegende wijs |
| dopend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedoopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedoopt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedoopt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedoopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedoopt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedoopt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedoopt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedoopt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedoopt | verleden tijd, deelwoord |
| gedoopt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedoopt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedoopt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoopt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoopt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoopt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedoopt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedoopt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedoopt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedoopt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedoopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord doop
Herkomst
In de betekenis van ‘dompelen, door doop in geloofsgemeenschap opnemen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van dopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doopen | woordvorm | dopen |
| doopt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dopen |
| doopte | verleden tijd | dopen |
| doopten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dopen |
| dopend | onvoltooid deelwoord | dopen |
| dopende | woordvorm | dopen |
| gedoopt | voltooid deelwoord | dopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dopen zijn vastgelegd.