doopsel
zelfstandig naamwoord 'dopsəlBetekenis
- sacrament waarbij door besprenkeling of onderdompeling iemand tot de christelijk kerk wordt toegelaten en zonden afgewassen worden
Hoe spreek je doopsel uit?
/ˈdopsəl/
Doopsel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| p | pak |
| s | sok |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doopsels | meervoud |
| doopseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doopseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van dopen met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van doopsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doopsels | meervoud | doopsel |
| doopseltje | verkleinwoord | doopsel |
| doopseltjes | verkleinwoord meervoud | doopsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doopsel zijn vastgelegd.