Naar de inhoud

doorschemeren

vaag zichtbaar zijn

doorschemeren

werkwoord

Betekenis

  1. vaag zichtbaar zijn
  2. samen met werkwoord laten: iets suggereren

Vervoeging van doorschemeren

doorschemerenhele werkwoord — schemerde doorverleden tijd enkelvoud — schemerden doorverleden tijd meervoud — doorgeschemerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schemer door schemerde door
jij schemert door schemerde door
hij, zij, het schemert door schemerde door
wij schemeren door schemerden door
jullie schemeren door schemerden door
zij schemeren door schemerden door
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
door te schemeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen schemeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal schemeren bijzin, toekomende tijd
door zou schemeren bijzin, voorwaardelijk
door zouden schemeren bijzin, voorwaardelijk
door zoudt schemeren bijzin, voorwaardelijk
door zullen schemeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen schemeren bijzin, toekomende tijd
door zult schemeren bijzin, toekomende tijd
doorgeschemerd verleden tijd, deelwoord
doorgeschemerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgeschemerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorschemer bijzin, tegenwoordige tijd
doorschemerde bijzin, verleden tijd
doorschemerden bijzin, verleden tijd
doorschemerend onvoltooid, deelwoord
doorschemert bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
had doorgeschemerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgeschemerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgeschemerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgeschemerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgeschemerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgeschemerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgeschemerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgeschemerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgeschemerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgeschemerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgeschemerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgeschemerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgeschemerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgeschemerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgeschemerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schemer door gebiedende wijs
schemerde door verleden tijd
te hebben doorgeschemerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorschemeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doorgeschemerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgeschemerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgeschemerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorschemeren bijzin, toekomende tijd
zou doorgeschemerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgeschemerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgeschemerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorschemeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorschemeren door zou(dt) schemeren bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgeschemerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgeschemerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgeschemerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorschemeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgeschemerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorschemeren bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgeschemerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgeschemerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgeschemerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorschemeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorschemeren bijzin, toekomende tijd
zult doorgeschemerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult doorschemeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorschemeren bijzin, toekomende tijd
zult/zal doorschemeren door zult/zal schemeren bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van door en schemeren

Woordfamilie van doorschemeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgeschemerd voltooid deelwoord doorschemeren
doorgeschemerde woordvorm doorschemeren
doorschemer subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorschemeren
doorschemerde subordinate-clause, verleden tijd doorschemeren
doorschemerden subordinate-clause, verleden tijd doorschemeren
doorschemere with-subordinate-clause doorschemeren
doorschemerend onvoltooid deelwoord doorschemeren
doorschemerende woordvorm doorschemeren
doorschemert subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorschemeren
schemer door gebiedende wijs doorschemeren
schemerde door verleden tijd doorschemeren
schemerden door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorschemeren
schemere door woordvorm doorschemeren
schemeren door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorschemeren
schemert door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorschemeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorschemeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorschemeren

Wat betekent doorschemeren?
Doorschemeren is een werkwoord. Het woord betekent: vaag zichtbaar zijn. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doorschemeren?
Je vervoegt doorschemeren als volgt: het voltooid deelwoord is doorgeschemerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorschemeren is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorschemeren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. E 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorschemeren in het kort

doorschemeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doorschemeren zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doorschemeren bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doorschemeren: vaag zichtbaar zijn
Deel doorschemeren — standaardnederlands.nl