damp
zelfstandig naamwoord, werkwoord /dɑmp/Betekenis
- de gasvormige toestand van een stof die bij kamertemperatuur vloeibaar of vast is, de toestand die ontstaan is door verdamping
- een wolk kleine gecondenseerde waterdruppeltjes
Hoe spreek je damp uit?
/dɑmp/
Damp bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| p | pak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dampen | meervoud |
| dampje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dampjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dampen
- gebiedende wijs van dampen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dampen
Vervoeging van damp
damphele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘nevel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573
Woordfamilie van damp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dampje | verkleinwoord | damp |
| dampjes | verkleinwoord meervoud | damp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van damp zijn vastgelegd.