floers
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zwarte doorzichtige stof die vooral als teken van rouw wordt gebruikt
- een droevige sluier die over iets lijkt te hangen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| floersen | meervoud |
| floersje | verkleinwoord, enkelvoud |
| floersjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geweven stof’ voor het eerst aangetroffen in 1336
Woordfamilie van floers
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| floersen | meervoud | floers |
| floersje | verkleinwoord | floers |
| floersjes | verkleinwoord meervoud | floers |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van floers zijn vastgelegd.