nevel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- hoeveelheid fijn verstoven vloeistof
- wolken in de nabijheid van de grond, ontstaan door plaatselijke oorzaken zoals door afkoeling of door menging van koude met warme vochtige lucht
- nevelvlek, sterrennevel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nevelen | meervoud |
| nevels | meervoud |
| neveltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| neveltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nevelen
- gebiedende wijs van nevelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nevelen
Vervoeging van nevel
nevelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘damp’ voor het eerst aangetroffen in 1300
Woordfamilie van nevel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nevels | meervoud | nevel |
| neveltje | verkleinwoord | nevel |
| neveltjes | verkleinwoord meervoud | nevel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nevel zijn vastgelegd.