wasem
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- damp die men ziet doordat er ook condensatie heeft plaatsgevonden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wasempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wasempjes | verkleinwoord, meervoud |
| wasems | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wasemen
- gebiedende wijs van wasemen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wasemen
Vervoeging van wasem
wasemhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘damp’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Woordfamilie van wasem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wasempje | verkleinwoord | wasem |
| wasempjes | verkleinwoord meervoud | wasem |
| wasems | meervoud | wasem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wasem zijn vastgelegd.