bros
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord brɔsBetekenis
- hard, maar makkelijk breekbaar bij inslag
Hoe spreek je bros uit?
/brɔs/
Bros bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brosse | verbogen, stellende trap |
| brosser | onverbogen, vergrotende trap |
| brossere | verbogen, vergrotende trap |
| brossers | partitief, vergrotende trap |
| brost | onverbogen, overtreffende trap |
| broste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brossen
- gebiedende wijs van brossen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brossen
Vervoeging van bros
broshele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘breekbaar’ voor het eerst aangetroffen in 1596
Woordfamilie van bros
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brossere | verbogen vergrotende trap | bros |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bros zijn vastgelegd.