Naar de inhoud

brassen

(studententaal) volgens bepaalde regels stoeien binnen een studentenvereniging

brassen is meer dan één woord

brassen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. (studententaal) volgens bepaalde regels stoeien binnen een studentenvereniging
  2. (studententaal) een erestrijd voeren met een andere studentenvereniging, waarbij wordt gepoogd bepaalde vereniginsobjecten te stelen

werkwoord

  1. overmatig eten of drinken intransitive
  2. bier brouwen obsolete
  3. door middel van de brassen in de juiste positie brengen transitive
  4. volgens bepaalde regels stoeien binnen een studentenvereniging
  5. een erestrijd voeren met een andere studentenvereniging, waarbij wordt gepoogd bepaalde verenigingsobjecten te stelen

Vervoeging van brassen

brassenhele werkwoord — brasteverleden tijd enkelvoud — brastenverleden tijd meervoud — gebrastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bras braste
jij brast braste
hij, zij, het brast braste
wij brassen brasten
jullie brassen brasten
zij brassen brasten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bras gebiedende wijs
brasse aanvoegende wijs
brassend onvoltooid, deelwoord
braste verleden tijd
er is gebrast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebrast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebrast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebrast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebrast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebrast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebrast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebrast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebrast verleden tijd, deelwoord
gebrast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebrast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebrast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebrast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebrast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebrast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebrast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebrast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebrast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebrast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebrast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te brassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebrast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen brassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal brassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal brassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal brassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebrast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebrast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou brassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou brassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou brassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebrast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden brassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden brassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden brassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebrast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebrast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebrast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt brassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebrast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen brassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen brassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen brassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen brassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebrast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebrast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebrast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult brassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebrast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bras

Herkomst

In de betekenis van ‘slempen’ voor het eerst aangetroffen in 1540

Woordfamilie van brassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
brasse aanvoegende wijs brassen
brassend onvoltooid deelwoord brassen
brassende woordvorm brassen
brast aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon brassen
braste verleden tijd brassen
brasten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon brassen
gebrast voltooid deelwoord brassen
gebraste woordvorm brassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brassen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over brassen

Wat betekent brassen?
Brassen is een werkwoord. Het woord betekent: (studententaal) volgens bepaalde regels stoeien binnen een studentenvereniging. Deze pagina beschrijft 7 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je brassen?
Je vervoegt brassen als volgt: de tegenwoordige tijd is bras, de verleden tijd is braste en het voltooid deelwoord is gebrast. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord brassen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. A 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

brassen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. A 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

brassen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

brassen in het kort

brassen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 7 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van brassen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort brassen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

brassen: (studententaal) volgens bepaalde regels stoeien binnen een studentenvereniging
Deel brassen — standaardnederlands.nl