brassen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- (studententaal) volgens bepaalde regels stoeien binnen een studentenvereniging
- (studententaal) een erestrijd voeren met een andere studentenvereniging, waarbij wordt gepoogd bepaalde vereniginsobjecten te stelen
werkwoord
- overmatig eten of drinken intransitive
- bier brouwen obsolete
- door middel van de brassen in de juiste positie brengen transitive
- volgens bepaalde regels stoeien binnen een studentenvereniging
- een erestrijd voeren met een andere studentenvereniging, waarbij wordt gepoogd bepaalde verenigingsobjecten te stelen
Vervoeging van brassen
brassenhele werkwoord — brasteverleden tijd enkelvoud — brastenverleden tijd meervoud — gebrastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bras | braste |
| jij | brast | braste |
| hij, zij, het | brast | braste |
| wij | brassen | brasten |
| jullie | brassen | brasten |
| zij | brassen | brasten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bras | gebiedende wijs |
| brasse | aanvoegende wijs |
| brassend | onvoltooid, deelwoord |
| braste | verleden tijd |
| er is gebrast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebrast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebrast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebrast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebrast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebrast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebrast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebrast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebrast | verleden tijd, deelwoord |
| gebrast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebrast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebrast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebrast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebrast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebrast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebrast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebrast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebrast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebrast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebrast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebrast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebrast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebrast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebrast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebrast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebrast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te brassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebrast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen brassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal brassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal brassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal brassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebrast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebrast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebrast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou brassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou brassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou brassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebrast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebrast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebrast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden brassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden brassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden brassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebrast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebrast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebrast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt brassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebrast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen brassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen brassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen brassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen brassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebrast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebrast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebrast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult brassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebrast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bras
Herkomst
In de betekenis van ‘slempen’ voor het eerst aangetroffen in 1540
Woordfamilie van brassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brasse | aanvoegende wijs | brassen |
| brassend | onvoltooid deelwoord | brassen |
| brassende | woordvorm | brassen |
| brast | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | brassen |
| braste | verleden tijd | brassen |
| brasten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | brassen |
| gebrast | voltooid deelwoord | brassen |
| gebraste | woordvorm | brassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brassen zijn vastgelegd.