boei
zelfstandig naamwoord, werkwoord bujBetekenis
- een kluister voor hand of voet, een werktuig om iemand gevangen te houden.
Hoe spreek je boei uit?
/buj/
Boei bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| j | ja |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een drijvend en verankerd voorwerp om de vaargeul in ondiepe wateren aan te geven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boeien | meervoud |
| boeitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boeitjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boeien
- gebiedende wijs van boeien
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boeien
Vervoeging van boei
boeihele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘band’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van boei
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boeitje | verkleinwoord | boei |
| boeitjes | verkleinwoord meervoud | boei |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boei zijn vastgelegd.