boeien
werkwoord, zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel /bujə(n)/Betekenis
- iemands vrijheid beperken door hem vast te binden aan hand of voet; in de boeien slaan
- iemands aandacht vasthouden
- niet interessant
Hoe spreek je boeien uit?
/bujən/
Boeien bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| j | ja |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van boeien
boeienhele werkwoord — boeideverleden tijd enkelvoud — boeidenverleden tijd meervoud — geboeidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | boei | boeide |
| jij | boeit | boeide |
| hij, zij, het | boeit | boeide |
| wij | boeien | boeiden |
| jullie | boeien | boeiden |
| zij | boeien | boeiden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boei | gebiedende wijs |
| boeide | verleden tijd |
| boeie | aanvoegende wijs |
| boeiend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geboeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geboeid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geboeid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geboeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geboeid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geboeid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geboeid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geboeid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geboeid | verleden tijd, deelwoord |
| geboeid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geboeid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geboeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geboeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geboeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geboeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geboeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geboeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geboeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geboeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geboeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geboeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geboeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geboeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geboeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geboeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geboeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te boeien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geboeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen boeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal boeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal boeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal boeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geboeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geboeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geboeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou boeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou boeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou boeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geboeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geboeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geboeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden boeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden boeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden boeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geboeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geboeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geboeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt boeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geboeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen boeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen boeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen boeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen boeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geboeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geboeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geboeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult boeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geboeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord boei
Herkomst
Afgeleid van boei
Woordfamilie van boeien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boeide | verleden tijd | boeien |
| boeiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | boeien |
| boeit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | boeien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boeien zijn vastgelegd.