Naar de inhoud

blussen

het doven van een brand

blussen

werkwoord

Betekenis

  1. het doven van een brand
  2. vloeistof over heet eten doen

Vervoeging van blussen

blussenhele werkwoord — blusteverleden tijd enkelvoud — blustenverleden tijd meervoud — geblustvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blus bluste
jij blust bluste
hij, zij, het blust bluste
wij blussen blusten
jullie blussen blusten
zij blussen blusten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
blus gebiedende wijs
blusse aanvoegende wijs
blussend onvoltooid, deelwoord
bluste verleden tijd
er is geblust impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geblust impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geblust impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geblust impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geblust worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geblust zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geblust worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geblust zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geblust verleden tijd, deelwoord
geblust te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblust zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geblust voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geblust voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geblust voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geblust voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geblust voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geblust voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geblust voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geblust voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblust actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geblust voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geblust voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geblust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblust voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te blussen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geblust actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen blussen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal blussen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal blussen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal blussen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geblust hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblust hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geblust hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou blussen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou blussen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou blussen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geblust hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblust hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblust hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden blussen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden blussen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden blussen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geblust hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geblust hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geblust hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt blussen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geblust hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen blussen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen blussen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen blussen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen blussen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geblust hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geblust hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geblust hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult blussen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geblust hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘uitdoven’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Woordfamilie van blussen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blus gebiedende wijs blussen
blusse aanvoegende wijs blussen
blussend onvoltooid deelwoord blussen
blussende woordvorm blussen
blust aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon blussen
bluste verleden tijd blussen
blusten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon blussen
geblust voltooid deelwoord blussen
gebluste woordvorm blussen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blussen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over blussen

Wat betekent blussen?
Blussen is een werkwoord. Het woord betekent: het doven van een brand. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je blussen?
Je vervoegt blussen als volgt: de tegenwoordige tijd is blus, de verleden tijd is bluste en het voltooid deelwoord is geblust. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord blussen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. U 4
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

blussen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. U 2
  4. S 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

blussen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

blussen in het kort

blussen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van blussen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort blussen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

blussen: het doven van een brand
Deel blussen — standaardnederlands.nl