Naar de inhoud

blinken

in opvallende mate licht weerkaatsen of uitzenden

blinken

werkwoord

Betekenis

  1. in opvallende mate licht weerkaatsen of uitzenden
  2. glanzen

Vervoeging van blinken

blinkenhele werkwoord — blonkverleden tijd enkelvoud — blonkenverleden tijd meervoud — geblonkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blink blonk
jij blinkt blonk
hij, zij, het blinkt blonk
wij blinken blonken
jullie blinken blonken
zij blinken blonken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
blink gebiedende wijs
blinke aanvoegende wijs
blinkend onvoltooid, deelwoord
blonk verleden tijd
er is geblonken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geblonken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geblonken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geblonken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geblonken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geblonken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geblonken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geblonken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geblonken verleden tijd, deelwoord
geblonken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geblonken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geblonken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblonken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblonken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblonken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geblonken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geblonken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geblonken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geblonken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geblonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geblonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geblonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geblonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geblonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geblonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geblonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te blinken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geblonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen blinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geblonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geblonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geblonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geblonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geblonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geblonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geblonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geblonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geblonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geblonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geblonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geblonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geblonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geblonken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geblonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geblonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geblonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geblonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geblonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geblonken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal blinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal blinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal blinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geblonken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblonken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geblonken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geblonken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblonken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geblonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou blinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou blinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou blinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geblonken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblonken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblonken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblonken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblonken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden blinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden blinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden blinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geblonken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geblonken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geblonken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geblonken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geblonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geblonken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt blinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geblonken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geblonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen blinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen blinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen blinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen blinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geblonken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geblonken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geblonken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geblonken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geblonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geblonken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult blinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geblonken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geblonken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geblonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘stralen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1461

Woordfamilie van blinken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blink gebiedende wijs blinken
blinke aanvoegende wijs blinken
blinkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon blinken
blonk verleden tijd blinken
blonken aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon blinken
blonkt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon blinken
geblonken voltooid deelwoord blinken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blinken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over blinken

Wat betekent blinken?
Blinken is een werkwoord. Het woord betekent: in opvallende mate licht weerkaatsen of uitzenden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je blinken?
Je vervoegt blinken als volgt: de tegenwoordige tijd is blink, de verleden tijd is blonk en het voltooid deelwoord is geblonken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord blinken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. I 1
  4. N 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

blinken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. I 2
  4. N 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

blinken telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

blinken in het kort

blinken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van blinken zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort blinken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

blinken: in opvallende mate licht weerkaatsen of uitzenden
Deel blinken — standaardnederlands.nl