Naar de inhoud

glinsteren

fel en bewegend licht geven of weerkaatsen

glinsteren

werkwoord

Betekenis

  1. fel en bewegend licht geven of weerkaatsen

Vervoeging van glinsteren

glinsterenhele werkwoord — glinsterdeverleden tijd enkelvoud — glinsterdenverleden tijd meervoud — geglinsterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik glinster glinsterde
jij glinstert glinsterde
hij, zij, het glinstert glinsterde
wij glinsteren glinsterden
jullie glinsteren glinsterden
zij glinsteren glinsterden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geglinsterd verleden tijd, deelwoord
geglinsterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geglinsterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
glinster gebiedende wijs
glinsterde verleden tijd
glinstere aanvoegende wijs
glinsterend onvoltooid, deelwoord
had geglinsterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geglinsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geglinsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geglinsterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geglinsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geglinsterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geglinsterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geglinsterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geglinsterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geglinsterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geglinsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geglinsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geglinsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geglinsterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geglinsterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te glinsteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geglinsterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen glinsteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geglinsterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geglinsterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geglinsterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geglinsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geglinsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geglinsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geglinsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geglinsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geglinsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geglinsterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geglinsterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geglinsterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geglinsterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen glinsteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geglinsterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult glinsteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘schitteren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350

Woordfamilie van glinsteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geglinsterd voltooid deelwoord glinsteren
glinster gebiedende wijs glinsteren
glinsterde verleden tijd glinsteren
glinsterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon glinsteren
glinstere aanvoegende wijs glinsteren
glinstert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon glinsteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van glinsteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over glinsteren

Wat is de betekenis van glinsteren?
Glinsteren is een werkwoord. De betekenis is: fel en bewegend licht geven of weerkaatsen.
Hoe vervoeg ik glinsteren?
Zo vervoeg je glinsteren zo: de tegenwoordige tijd is glinster, de verleden tijd is glinsterde en het voltooid deelwoord is geglinsterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord glinsteren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. L 3
  3. I 1
  4. N 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

glinsteren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. L 3
  3. I 2
  4. N 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

glinsteren in het kort

glinsteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van glinsteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort glinsteren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

glinsteren: fel en bewegend licht geven of weerkaatsen
Deel glinsteren — standaardnederlands.nl