| - |
impersonal, passief
|
| ben geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is geglansd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was geglansd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd geglansd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt geglansd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal geglansd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal geglansd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou geglansd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou geglansd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| geglansd |
verleden tijd, deelwoord
|
| geglansd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geglansd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geglansd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geglansd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geglansd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geglansd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geglansd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geglansd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geglansd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geglansd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| glans |
gebiedende wijs
|
| glansde |
verleden tijd
|
| glanze |
aanvoegende wijs
|
| glanzend |
onvoltooid, deelwoord
|
| had geglansd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had geglansd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had geglansd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden geglansd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden geglansd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden geglansd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt geglansd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geglansd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te glanzen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te hebben geglansd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen glanzen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart geglansd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren geglansd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren geglansd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren geglansd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was geglansd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was geglansd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was geglansd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt geglansd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal geglansd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geglansd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal geglansd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal geglansd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geglansd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt geglansd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou geglansd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geglansd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geglansd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geglansd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geglansd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geglansd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden geglansd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geglansd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geglansd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geglansd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geglansd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geglansd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt geglansd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt geglansd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen geglansd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geglansd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geglansd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geglansd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geglansd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geglansd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen glanzen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult geglansd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult geglansd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult geglansd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult glanzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|