Naar de inhoud

binnenlaten

binnen een zekere ruimte toelaten

binnenlaten

werkwoord

Betekenis

  1. binnen een zekere ruimte toelaten

Vervoeging van binnenlaten

binnenlatenhele werkwoord — liet binnenverleden tijd enkelvoud — lieten binnenverleden tijd meervoud — binnengelatenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik laat binnen liet binnen
jij laat binnen liet binnen
hij, zij, het laat binnen liet binnen
wij laten binnen lieten binnen
jullie laten binnen lieten binnen
zij laten binnen lieten binnen
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
binnen te laten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
binnen te zullen laten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnen zal laten bijzin, toekomende tijd
binnen zou laten bijzin, voorwaardelijk
binnen zouden laten bijzin, voorwaardelijk
binnen zoudt laten bijzin, voorwaardelijk
binnen zullen laten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnen zullen laten bijzin, toekomende tijd
binnen zult laten bijzin, toekomende tijd
binnengelaten verleden tijd, deelwoord
binnengelaten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
binnengelaten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
binnengelaten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnengelaten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnengelaten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnengelaten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
binnengelaten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
binnengelaten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnengelaten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnengelaten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnenlaat bijzin, tegenwoordige tijd
binnenlatend onvoltooid, deelwoord
binnenliet bijzin, verleden tijd
binnenlieten bijzin, verleden tijd
er is binnengelaten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was binnengelaten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd binnengelaten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt binnengelaten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal binnengelaten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal binnengelaten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou binnengelaten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou binnengelaten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had binnengelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had binnengelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had binnengelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden binnengelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden binnengelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden binnengelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt binnengelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben binnengelaten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
laat binnen gebiedende wijs
liet binnen verleden tijd
te hebben binnengelaten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen binnenlaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart binnengelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren binnengelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren binnengelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren binnengelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was binnengelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was binnengelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was binnengelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt binnengelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal binnengelaten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal binnengelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal binnengelaten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal binnengelaten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal binnengelaten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal binnenlaten bijzin, toekomende tijd
zijn binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt binnengelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou binnengelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou binnengelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou binnengelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou binnengelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou binnengelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou binnengelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou binnenlaten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) binnenlaten binnen zou(dt) laten bijzin, voorwaardelijk
zouden binnengelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden binnengelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden binnengelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden binnengelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden binnengelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden binnengelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden binnenlaten bijzin, voorwaardelijk
zoudt binnengelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt binnengelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt binnenlaten bijzin, voorwaardelijk
zullen binnengelaten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen binnengelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen binnengelaten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen binnengelaten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen binnengelaten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen binnengelaten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen binnenlaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen binnenlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen binnenlaten bijzin, toekomende tijd
zult binnengelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult binnengelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van binnen en laten

Woordfamilie van binnenlaten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
binnengelaten voltooid deelwoord binnenlaten
binnenlaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd binnenlaten
binnenlate with-subordinate-clause binnenlaten
binnenlatend onvoltooid deelwoord binnenlaten
binnenlatende woordvorm binnenlaten
binnenliet subordinate-clause, verleden tijd binnenlaten
binnenlieten subordinate-clause, verleden tijd binnenlaten
laat binnen gebiedende wijs binnenlaten
late binnen woordvorm binnenlaten
laten binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon binnenlaten
liet binnen verleden tijd binnenlaten
lieten binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon binnenlaten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenlaten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over binnenlaten

Wat betekent binnenlaten?
Binnenlaten is een werkwoord. Het woord betekent: binnen een zekere ruimte toelaten.
Hoe vervoeg je binnenlaten?
Je vervoegt binnenlaten als volgt: het voltooid deelwoord is binnengelaten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord binnenlaten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. L 3
  8. A 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

binnenlaten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. L 3
  8. A 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

binnenlaten in het kort

binnenlaten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van binnenlaten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort binnenlaten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

binnenlaten: binnen een zekere ruimte toelaten
Deel binnenlaten — standaardnederlands.nl