inlaten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- zich ~ met bemoeienis hebben met iets of iemand
- iemand verwelkomen bij de deur
- toegang verschaffen aan iets
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
werkwoord
- iets ter bevestiging laten doordringen in bijv. een muur transitive
Vervoeging van inlaten
inlatenhele werkwoord — liet inverleden tijd enkelvoud — lieten inverleden tijd meervoud — ingelatenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laat in | liet in |
| jij | laat in | liet in |
| hij, zij, het | laat in | liet in |
| wij | laten in | lieten in |
| jullie | laten in | lieten in |
| zij | laten in | lieten in |
Alle 157 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingelaten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingelaten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingelaten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingelaten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingelaten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingelaten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te laten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal laten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou laten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden laten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt laten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen laten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult laten | bijzin, toekomende tijd |
| ingelaten | verleden tijd, deelwoord |
| ingelaten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingelaten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingelaten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelaten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelaten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelaten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingelaten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingelaten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingelaten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingelaten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inlaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inlatend | onvoltooid, deelwoord |
| inliet | bijzin, verleden tijd |
| inlieten | bijzin, verleden tijd |
| is ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laat in | gebiedende wijs |
| laat u/je in, laat je in | gebiedende wijs |
| liet in | verleden tijd |
| te hebben ingelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inlaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inlaten | bijzin, toekomende tijd |
| zal me inlaten | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich inlaten | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je inlaten | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich ingelaten hebben | verleden tijd |
| zich inlatend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inlaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inlaten in zou(dt) laten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inlaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inlaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inlaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inlaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord inlaat
Herkomst
samenstelling van in bw en laten ww
Woordfamilie van inlaten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingelaten | voltooid deelwoord | inlaten |
| inlate | with-subordinate-clause | inlaten |
| inlatend | onvoltooid deelwoord | inlaten |
| inlatende | woordvorm | inlaten |
| inliet | subordinate-clause, verleden tijd | inlaten |
| inlieten | subordinate-clause, verleden tijd | inlaten |
| laat in | gebiedende wijs | inlaten |
| late in | woordvorm | inlaten |
| laten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inlaten |
| liet in | verleden tijd | inlaten |
| lieten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inlaten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inlaten zijn vastgelegd.