Naar de inhoud

inlaten

zich ~ met bemoeienis hebben met iets of iemand

inlaten is meer dan één woord

inlaten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zich ~ met bemoeienis hebben met iets of iemand
  2. iemand verwelkomen bij de deur
  3. toegang verschaffen aan iets
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

werkwoord

  1. iets ter bevestiging laten doordringen in bijv. een muur transitive

Vervoeging van inlaten

inlatenhele werkwoord — liet inverleden tijd enkelvoud — lieten inverleden tijd meervoud — ingelatenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik laat in liet in
jij laat in liet in
hij, zij, het laat in liet in
wij laten in lieten in
jullie laten in lieten in
zij laten in lieten in
Alle 157 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingelaten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingelaten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingelaten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingelaten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingelaten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingelaten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingelaten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingelaten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingelaten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te laten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen laten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal laten bijzin, toekomende tijd
in zou laten bijzin, voorwaardelijk
in zouden laten bijzin, voorwaardelijk
in zoudt laten bijzin, voorwaardelijk
in zullen laten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen laten bijzin, toekomende tijd
in zult laten bijzin, toekomende tijd
ingelaten verleden tijd, deelwoord
ingelaten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingelaten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingelaten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingelaten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingelaten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingelaten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingelaten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingelaten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingelaten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingelaten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inlaat bijzin, tegenwoordige tijd
inlatend onvoltooid, deelwoord
inliet bijzin, verleden tijd
inlieten bijzin, verleden tijd
is ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
laat in gebiedende wijs
laat u/je in, laat je in gebiedende wijs
liet in verleden tijd
te hebben ingelaten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inlaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingelaten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingelaten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingelaten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingelaten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inlaten bijzin, toekomende tijd
zal me inlaten eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich inlaten derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je inlaten tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich ingelaten hebben verleden tijd
zich inlatend onvoltooid, deelwoord
zijn ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inlaten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inlaten in zou(dt) laten bijzin, voorwaardelijk
zouden ingelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inlaten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inlaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inlaten bijzin, voorwaardelijk
zullen ingelaten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingelaten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingelaten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingelaten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingelaten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inlaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord inlaat

Herkomst

samenstelling van in bw en laten ww

Woordfamilie van inlaten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingelaten voltooid deelwoord inlaten
inlate with-subordinate-clause inlaten
inlatend onvoltooid deelwoord inlaten
inlatende woordvorm inlaten
inliet subordinate-clause, verleden tijd inlaten
inlieten subordinate-clause, verleden tijd inlaten
laat in gebiedende wijs inlaten
late in woordvorm inlaten
laten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inlaten
liet in verleden tijd inlaten
lieten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inlaten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inlaten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inlaten

Wat is de betekenis van inlaten?
Inlaten is een werkwoord. De betekenis is: zich ~ met bemoeienis hebben met iets of iemand. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inlaten?
Zo vervoeg je inlaten zo: het voltooid deelwoord is ingelaten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inlaten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inlaten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

inlaten telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

inlaten in het kort

inlaten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inlaten staan er 97 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inlaten bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inlaten: zich ~ met bemoeienis hebben met iets of iemand
Deel inlaten — standaardnederlands.nl