Naar de inhoud

inleiden

kunstmatig op gang brengen b.v. bij een bevalling

inleiden

werkwoord

Betekenis

  1. kunstmatig op gang brengen b.v. bij een bevalling
  2. een begin maken aan een verhaal, boek of andere publicatie of presentatie
  3. naar binnen geleiden, invoeren, al of niet overdrachtelijk
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

Vervoeging van inleiden

inleidenhele werkwoord — leidde inverleden tijd enkelvoud — leidden inverleden tijd meervoud — ingeleidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik leid in leidde in
jij leidt in leidde in
hij, zij, het leidt in leidde in
wij leiden in leidden in
jullie leiden in leidden in
zij leiden in leidden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingeleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeleid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeleid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeleid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeleid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeleid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeleid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te leiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen leiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal leiden bijzin, toekomende tijd
in zou leiden bijzin, voorwaardelijk
in zouden leiden bijzin, voorwaardelijk
in zoudt leiden bijzin, voorwaardelijk
in zullen leiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen leiden bijzin, toekomende tijd
in zult leiden bijzin, toekomende tijd
ingeleid verleden tijd, deelwoord
ingeleid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeleid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeleid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeleid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeleid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeleid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeleid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeleid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeleid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeleid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inleid bijzin, tegenwoordige tijd
inleidde bijzin, verleden tijd
inleidden bijzin, verleden tijd
inleidend onvoltooid, deelwoord
inleidt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
leid in gebiedende wijs
leidde in verleden tijd
te hebben ingeleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inleiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingeleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingeleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingeleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingeleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingeleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingeleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingeleid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingeleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingeleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingeleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingeleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingeleid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingeleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeleid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeleid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inleiden bijzin, toekomende tijd
zijn ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeleid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeleid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeleid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inleiden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inleiden in zou(dt) leiden bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeleid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeleid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeleid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inleiden bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeleid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inleiden bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeleid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeleid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeleid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeleid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inleiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inleiden bijzin, toekomende tijd
zult ingeleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en leiden ww

Woordfamilie van inleiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeleid voltooid deelwoord inleiden
ingeleide woordvorm inleiden
inleid subordinate-clause, tegenwoordige tijd inleiden
inleidde subordinate-clause, verleden tijd inleiden
inleidden subordinate-clause, verleden tijd inleiden
inleide with-subordinate-clause inleiden
inleidt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inleiden
leid in gebiedende wijs inleiden
leidde in verleden tijd inleiden
leidden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inleiden
leide in woordvorm inleiden
leiden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inleiden
leidt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inleiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inleiden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over inleiden

Wat is de betekenis van inleiden?
Inleiden is een werkwoord. De betekenis is: kunstmatig op gang brengen b.v. bij een bevalling. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inleiden?
Zo vervoeg je inleiden zo: het voltooid deelwoord is ingeleid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inleiden is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. I 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inleiden levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. I 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inleiden in het kort

inleiden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inleiden staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inleiden bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inleiden: kunstmatig op gang brengen b.v. bij een bevalling
Deel inleiden — standaardnederlands.nl