Naar de inhoud

goedkeuren

toestemming verlenen

goedkeuren

werkwoord ˈɣutkørə(n)

Betekenis

  1. toestemming verlenen

Hoe spreek je goedkeuren uit?

/ˈxutkørən/

Goedkeuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxutkørən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
u boek
t tak
k kat
ø deur
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van goedkeuren

goedkeurenhele werkwoord — keurde goedverleden tijd enkelvoud — keurden goedverleden tijd meervoud — goedgekeurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik keur goed keurde goed
jij keurt goed keurde goed
hij, zij, het keurt goed keurde goed
wij keuren goed keurden goed
jullie keuren goed keurden goed
zij keuren goed keurden goed
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is goedgekeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was goedgekeurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd goedgekeurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt goedgekeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal goedgekeurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal goedgekeurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou goedgekeurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou goedgekeurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
goed te keuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
goed te zullen keuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
goed zal keuren bijzin, toekomende tijd
goed zou keuren bijzin, voorwaardelijk
goed zouden keuren bijzin, voorwaardelijk
goed zoudt keuren bijzin, voorwaardelijk
goed zullen keuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
goed zullen keuren bijzin, toekomende tijd
goed zult keuren bijzin, toekomende tijd
goedgekeurd verleden tijd, deelwoord
goedgekeurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
goedgekeurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
goedgekeurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
goedgekeurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
goedgekeurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
goedgekeurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
goedgekeurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
goedgekeurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
goedgekeurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
goedgekeurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
goedkeur bijzin, tegenwoordige tijd
goedkeurde bijzin, verleden tijd
goedkeurden bijzin, verleden tijd
goedkeurend onvoltooid, deelwoord
goedkeurt bijzin, tegenwoordige tijd
had goedgekeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had goedgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had goedgekeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden goedgekeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden goedgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden goedgekeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt goedgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben goedgekeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keur goed gebiedende wijs
keurde goed verleden tijd
te hebben goedgekeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen goedkeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart goedgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren goedgekeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren goedgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren goedgekeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was goedgekeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was goedgekeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was goedgekeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt goedgekeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal goedgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal goedgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal goedgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal goedgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal goedgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal goedkeuren bijzin, toekomende tijd
zijn goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt goedgekeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou goedgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou goedgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou goedgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou goedgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou goedgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou goedgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou goedkeuren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) goedkeuren goed zou(dt) keuren bijzin, voorwaardelijk
zouden goedgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden goedgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden goedgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden goedgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden goedgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden goedgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden goedkeuren bijzin, voorwaardelijk
zoudt goedgekeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt goedgekeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt goedkeuren bijzin, voorwaardelijk
zullen goedgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen goedgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen goedgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen goedgekeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen goedgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen goedgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen goedgekeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen goedkeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen goedkeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen goedkeuren bijzin, toekomende tijd
zult goedgekeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van goed en keuren

Woordfamilie van goedkeuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
goedkeur subordinate-clause, tegenwoordige tijd goedkeuren
goedkeurde subordinate-clause, verleden tijd goedkeuren
goedkeurden subordinate-clause, verleden tijd goedkeuren
goedkeure with-subordinate-clause goedkeuren
goedkeurt subordinate-clause, tegenwoordige tijd goedkeuren
keur goed gebiedende wijs goedkeuren
keurde goed verleden tijd goedkeuren
keurden goed aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon goedkeuren
keure goed woordvorm goedkeuren
keuren goed aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon goedkeuren
keurt goed aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon goedkeuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van goedkeuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over goedkeuren

Hoe spreek ik goedkeuren uit?
Zo spreek je goedkeuren uit: /ˈɣutkørə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van goedkeuren?
Goedkeuren is een werkwoord. De betekenis is: toestemming verlenen.
Hoe vervoeg ik goedkeuren?
Zo vervoeg je goedkeuren zo: het voltooid deelwoord is goedgekeurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord goedkeuren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. K 3
  6. E 1
  7. U 4
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

goedkeuren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. K 3
  6. E 1
  7. U 2
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

goedkeuren in het kort

goedkeuren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van goedkeuren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort goedkeuren bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

goedkeuren: toestemming verlenen
Deel goedkeuren — standaardnederlands.nl