billijk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord /ˈbɪlək/Betekenis
- redelijk, rechtvaardig, eerlijk, een niet te hoge of te lage prijs
Hoe spreek je billijk uit?
/ˈbɪlək/
Billijk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| billijke | verbogen, stellende trap |
| billijker | onverbogen, vergrotende trap |
| billijkere | verbogen, vergrotende trap |
| billijkers | partitief, vergrotende trap |
| billijks | partitief, stellende trap |
| billijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| billijkste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van billijken
- gebiedende wijs van billijken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van billijken
Vervoeging van billijk
billijkhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘rechtvaardig’ voor het eerst aangetroffen in 1300
Woordfamilie van billijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| billijker | vergrotende trap | billijk |
| billijkere | verbogen vergrotende trap | billijk |
| billijkers | partitieve vergrotende trap | billijk |
| billijks | partitive, positive | billijk |
| billijkst | uninflected, superlative | billijk |
| billijkste | inflected, superlative | billijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van billijk zijn vastgelegd.