bezoeken
werkwoord, zelfstandig naamwoord /bəˈzukə(n)/Betekenis
- bij iets of iemand langsgaan of langskomen
- iemand kwellen
Hoe spreek je bezoeken uit?
/bəˈzukən/
Bezoeken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| u | boek |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bezoeken
bezoekenhele werkwoord — bezochtverleden tijd enkelvoud — bezochtenverleden tijd meervoud — bezochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bezoek | bezocht |
| jij | bezoekt | bezocht |
| hij, zij, het | bezoekt | bezocht |
| wij | bezoeken | bezochten |
| jullie | bezoeken | bezochten |
| zij | bezoeken | bezochten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bezocht | verleden tijd |
| bezocht | verleden tijd, deelwoord |
| bezocht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezocht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezocht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezocht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezocht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezocht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezocht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezocht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezoek | gebiedende wijs |
| bezoeke | aanvoegende wijs |
| bezoekend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bezocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bezocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bezocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bezocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bezocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bezocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bezocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bezocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bezoeken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bezocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bezoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bezocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bezocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bezocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bezocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bezocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bezocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bezocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bezocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bezoek
Herkomst
Afgeleid van zoeken met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bezoeken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezochten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bezoeken |
| bezoeke | aanvoegende wijs | bezoeken |
| bezoekend | onvoltooid deelwoord | bezoeken |
| bezoekende | woordvorm | bezoeken |
| bezoekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bezoeken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezoeken zijn vastgelegd.