Naar de inhoud

vervloeken

een vloek over iemand of iets uitspreken

vervloeken

werkwoord vərˈvlukə(n)

Betekenis

  1. een vloek over iemand of iets uitspreken
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je vervloeken uit?

/vərˈvlukən/

Vervloeken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈvlukən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
l land
u boek
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vervloeken

vervloekenhele werkwoord — vervloekteverleden tijd enkelvoud — vervloektenverleden tijd meervoud — vervloektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vervloek vervloekte
jij vervloekt vervloekte
hij, zij, het vervloekt vervloekte
wij vervloeken vervloekten
jullie vervloeken vervloekten
zij vervloeken vervloekten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vervloekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vervloekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vervloekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vervloekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vervloekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vervloekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vervloekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vervloekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vervloekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vervloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vervloekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vervloekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vervloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vervloekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vervloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vervloekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vervloekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vervloeken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vervloeken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vervloek gebiedende wijs
vervloeke aanvoegende wijs
vervloekend onvoltooid, deelwoord
vervloekt verleden tijd, deelwoord
vervloekt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vervloekt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vervloekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vervloekt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vervloekt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vervloekt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vervloekt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vervloekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vervloekt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vervloekt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vervloekte verleden tijd
waart vervloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vervloekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vervloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vervloekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vervloekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vervloekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vervloekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vervloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vervloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vervloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vervloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vervloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vervloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vervloekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vervloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vervloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vervloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vervloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vervloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vervloekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vervloekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vervloekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vervloekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vervloekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vervloekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vervloekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vervloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vervloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vervloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vervloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vervloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vervloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vervloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vervloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vervloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vervloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vervloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vervloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vervloekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vervloekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vervloeken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vervloekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vervloekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vervloekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vervloekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vervloekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vervloekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vervloeken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vervloekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vervloekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vervloekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van vloeken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vervloeken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vervloek gebiedende wijs vervloeken
vervloeke aanvoegende wijs vervloeken
vervloekend onvoltooid deelwoord vervloeken
vervloekende woordvorm vervloeken
vervloekten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vervloeken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervloeken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vervloeken

Hoe spreek ik vervloeken uit?
Zo spreek je vervloeken uit: /vərˈvlukə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van vervloeken?
Vervloeken is een werkwoord. De betekenis is: een vloek over iemand of iets uitspreken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vervloeken?
Zo vervoeg je vervloeken zo: de tegenwoordige tijd is vervloek, de verleden tijd is vervloekte en het voltooid deelwoord is vervloekt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vervloeken?

Vervloeken rijmt op 28 woorden op -oeken; zoeken, onderzoeken en verzoeken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vervloeken, uitspraak vərˈvlukən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zoeken 2
onderzoeken 4
verzoeken 3
bezoeken 3
boeken 2
aantekenboeken 5
chocoladekoeken 6
detectiveboeken 6
doeken 2
drieëndertighoeken 6
duizenddingendoeken 6
duizendhoeken 4
foeken 2
gelegenheidsbezoeken 7
harembroeken 4
honingkoeken 4
kokoskoeken 4
kruimelkoeken 4
lekkerkoeken 4
maïskoeken 3
molenhoeken 4
onderhoudsboeken 5
praktijkonderzoeken 6
routineonderzoeken 7
samenkoeken 4
sprookjesboeken 4
tegenboeken 4
vertelselboeken 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vervloeken is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. L 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vervloeken levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. L 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vervloeken in het kort

vervloeken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vervloeken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vervloeken bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vervloeken: een vloek over iemand of iets uitspreken
Deel vervloeken — standaardnederlands.nl