Naar de inhoud

beuzelen

zich druk maken om onbenullige zaken

beuzelen is meer dan één woord

beuzelen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zich druk maken om onbenullige zaken

Vervoeging van beuzelen

beuzelenhele werkwoord — beuzeldeverleden tijd enkelvoud — beuzeldenverleden tijd meervoud — gebeuzeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beuzel beuzelde
jij beuzelt beuzelde
hij, zij, het beuzelt beuzelde
wij beuzelen beuzelden
jullie beuzelen beuzelden
zij beuzelen beuzelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
beuzel gebiedende wijs
beuzelde verleden tijd
beuzele aanvoegende wijs
beuzelend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebeuzeld verleden tijd, deelwoord
gebeuzeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeuzeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebeuzeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebeuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebeuzeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebeuzeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebeuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebeuzeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebeuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeuzeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beuzelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebeuzeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beuzelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebeuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beuzelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebeuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord beuzel

Herkomst

In de betekenis van ‘onzin vertellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573

Woordfamilie van beuzelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beuzelde verleden tijd beuzelen
beuzelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beuzelen
beuzele aanvoegende wijs beuzelen
beuzelend onvoltooid deelwoord beuzelen
beuzelende woordvorm beuzelen
beuzelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beuzelen
gebeuzeld voltooid deelwoord beuzelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beuzelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over beuzelen

Wat is de betekenis van beuzelen?
Beuzelen is een werkwoord. De betekenis is: zich druk maken om onbenullige zaken.
Hoe vervoeg ik beuzelen?
Zo vervoeg je beuzelen zo: de tegenwoordige tijd is beuzel, de verleden tijd is beuzelde en het voltooid deelwoord is gebeuzeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beuzelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. U 4
  4. Z 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beuzelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. U 2
  4. Z 5
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beuzelen in het kort

beuzelen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van beuzelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort beuzelen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

beuzelen: zich druk maken om onbenullige zaken
Deel beuzelen — standaardnederlands.nl