belastingdienst
zelfstandig naamwoord bəˈlɑstɪŋˌdinstBetekenis
- overheidsdienst die de heffing en inning van belasting voor een staat verzorgt
Hoe spreek je belastingdienst uit?
/bəˈlɑstɪŋˌdinst/
Belastingdienst bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| d | dak |
| i | riet |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| belastingdiensten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van belasting en dienst
Woordfamilie van belastingdienst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belastingdiensten | meervoud | belastingdienst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belastingdienst zijn vastgelegd.