Naar de inhoud

belasteren

iemands goede naam geweld aandoen met onware aantijgingen

belasteren

werkwoord

Betekenis

  1. iemands goede naam geweld aandoen met onware aantijgingen

Vervoeging van belasteren

belasterenhele werkwoord — belasterdeverleden tijd enkelvoud — belasterdenverleden tijd meervoud — belasterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik belaster belasterde
jij belastert belasterde
hij, zij, het belastert belasterde
wij belasteren belasterden
jullie belasteren belasterden
zij belasteren belasterden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
belaster gebiedende wijs
belasterd verleden tijd, deelwoord
belasterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belasterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belasterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belasterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
belasterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belasterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belasterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
belasterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belasterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
belasterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belasterde verleden tijd
belastere aanvoegende wijs
belasterend onvoltooid, deelwoord
ben belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is belasterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was belasterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd belasterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt belasterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal belasterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal belasterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou belasterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou belasterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had belasterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had belasterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had belasterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden belasterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden belasterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden belasterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt belasterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belasterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te belasteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben belasterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen belasteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart belasterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belasterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren belasterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren belasterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was belasterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was belasterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was belasterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd belasterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd belasterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd belasterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden belasterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden belasterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden belasterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt belasterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word belasterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden belasterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden belasterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden belasterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt belasterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt belasterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal belasterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belasterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal belasterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal belasterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belasterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal belasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal belasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt belasterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou belasterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belasterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belasterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belasterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belasterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belasterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou belasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou belasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden belasterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belasterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belasterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belasterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belasterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belasterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt belasterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belasterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belasteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen belasterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belasterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belasterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belasterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belasterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belasterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belasteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen belasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult belasterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belasterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belasterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belasteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van lasteren met het voorvoegsel be- of afgeleid van laster met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van belasteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
belaster gebiedende wijs belasteren
belasterd voltooid deelwoord belasteren
belasterde verleden tijd belasteren
belasterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon belasteren
belastere aanvoegende wijs belasteren
belasterend onvoltooid deelwoord belasteren
belasterende woordvorm belasteren
belastert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon belasteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belasteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over belasteren

Wat betekent belasteren?
Belasteren is een werkwoord. Het woord betekent: iemands goede naam geweld aandoen met onware aantijgingen.
Hoe vervoeg je belasteren?
Je vervoegt belasteren als volgt: de tegenwoordige tijd is belaster, de verleden tijd is belasterde en het voltooid deelwoord is belasterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord belasteren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

belasteren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

belasteren in het kort

belasteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van belasteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort belasteren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

belasteren: iemands goede naam geweld aandoen met onware aantijgingen
Deel belasteren — standaardnederlands.nl