Naar de inhoud

behelzen

betrekking hebben op

behelzen

werkwoord

Betekenis

  1. betrekking hebben op
  2. inhouden

Vervoeging van behelzen

behelzenhele werkwoord — behelsdeverleden tijd enkelvoud — behelsdenverleden tijd meervoud — behelsdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik behels behelsde
jij behelst behelsde
hij, zij, het behelst behelsde
wij behelzen behelsden
jullie behelzen behelsden
zij behelzen behelsden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
behels gebiedende wijs
behelsd verleden tijd, deelwoord
behelsd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
behelsd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
behelsd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
behelsd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
behelsd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
behelsd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
behelsd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
behelsd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
behelsd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
behelsd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
behelsde verleden tijd
behelze aanvoegende wijs
behelzend onvoltooid, deelwoord
ben behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is behelsd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was behelsd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd behelsd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt behelsd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal behelsd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal behelsd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou behelsd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou behelsd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had behelsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had behelsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had behelsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden behelsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden behelsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden behelsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt behelsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behelsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te behelzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben behelsd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen behelzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart behelsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren behelsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren behelsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren behelsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was behelsd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was behelsd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was behelsd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd behelsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd behelsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd behelsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden behelsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden behelsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden behelsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt behelsd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word behelsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden behelsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden behelsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden behelsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt behelsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt behelsd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal behelsd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behelsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal behelsd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal behelsd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behelsd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal behelzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal behelzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal behelzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt behelsd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou behelsd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behelsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behelsd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behelsd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behelsd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behelsd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou behelzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou behelzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou behelzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden behelsd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden behelsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden behelsd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behelsd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden behelsd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden behelsd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behelzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden behelzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden behelzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt behelsd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behelsd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behelzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen behelsd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen behelsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen behelsd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behelsd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen behelsd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen behelsd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behelzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen behelzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen behelzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen behelzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult behelsd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult behelsd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult behelsd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult behelzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘inhouden’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van behelzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
behels gebiedende wijs behelzen
behelsd voltooid deelwoord behelzen
behelsde verleden tijd behelzen
behelsden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon behelzen
behelst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon behelzen
behelze aanvoegende wijs behelzen
behelzend onvoltooid deelwoord behelzen
behelzende woordvorm behelzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van behelzen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over behelzen

Wat betekent behelzen?
Behelzen is een werkwoord. Het woord betekent: betrekking hebben op. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je behelzen?
Je vervoegt behelzen als volgt: de tegenwoordige tijd is behels, de verleden tijd is behelsde en het voltooid deelwoord is behelsd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord behelzen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. H 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. Z 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

behelzen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. H 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. Z 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 zonder bonus
  10. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

behelzen in het kort

behelzen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van behelzen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort behelzen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

behelzen: betrekking hebben op
Deel behelzen — standaardnederlands.nl