avond
zelfstandig naamwoord ˈavɔntBetekenis
- de tijd tussen 6 uur 's avonds en 12 uur 's nachts
- de periode van de dag waarin het nacht wordt.
- de tijd tussen de middag en het naar bed gaan.
Hoe spreek je avond uit?
/ˈavɔnt/
Avond bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| v | vis |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- periode die de overgang is tussen dag en nacht
- activiteit die in de overgang tussen dag en nacht plaatsvindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| avonden | meervoud |
| avondje | verkleinwoord, enkelvoud |
| avondjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands avont van Oudnederlands avont, in de betekenis van ‘tijd waarin de duisternis intreedt’ aangetroffen vanaf 901
Woordfamilie van avond
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| avonden | meervoud | avond |
| avondje | verkleinwoord | avond |
| avondjes | verkleinwoord meervoud | avond |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van avond zijn vastgelegd.