Naar de inhoud

afweten

iets ~ van: kennis bezitten op een bepaald gebied

afweten

werkwoord

Betekenis

  1. iets ~ van: kennis bezitten op een bepaald gebied
  2. het laten weten dat iets niet doorgaat
  3. laten ~: het zonder kennisgeving in gebreke blijven
  4. laten ~: het defect raken van werktuigen, apparatuur etc.
  5. in de steek laten; niet meer kunnen vertrouwen

Vervoeging van afweten

afwetenhele werkwoord — wist afverleden tijd enkelvoud — wisten afverleden tijd meervoud — afgewetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik weet af wist af
jij weet af wist af
hij, zij, het weet af wist af
wij weten af wisten af
jullie weten af wisten af
zij weten af wisten af
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te weten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen weten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal weten bijzin, toekomende tijd
af zou weten bijzin, voorwaardelijk
af zouden weten bijzin, voorwaardelijk
af zoudt weten bijzin, voorwaardelijk
af zullen weten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen weten bijzin, toekomende tijd
af zult weten bijzin, toekomende tijd
afgeweten verleden tijd, deelwoord
afgeweten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeweten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afweet bijzin, tegenwoordige tijd
afwetend onvoltooid, deelwoord
afwist bijzin, verleden tijd
afwisten bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had afgeweten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeweten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeweten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeweten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeweten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeweten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeweten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeweten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeweten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeweten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeweten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeweten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeweten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeweten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeweten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgeweten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afweten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weet af gebiedende wijs
wist af verleden tijd
zal afgeweten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeweten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeweten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afweten bijzin, toekomende tijd
zou afgeweten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeweten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeweten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afweten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afweten af zou(dt) weten bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeweten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeweten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeweten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afweten bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeweten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afweten bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeweten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeweten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeweten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afweten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afweten bijzin, toekomende tijd
zult afgeweten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afweten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afweten bijzin, toekomende tijd
zult/zal afweten af zult/zal weten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en weten ww

Woordfamilie van afweten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeweten voltooid deelwoord afweten
afweet subordinate-clause, tegenwoordige tijd afweten
afwete with-subordinate-clause afweten
afwetend onvoltooid deelwoord afweten
afwetende woordvorm afweten
weet af gebiedende wijs afweten
wete af woordvorm afweten
weten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afweten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afweten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over afweten

Wat betekent afweten?
Afweten is een werkwoord. Het woord betekent: iets ~ van: kennis bezitten op een bepaald gebied. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afweten?
Je vervoegt afweten als volgt: het voltooid deelwoord is afgeweten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afweten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. W 5
  4. E 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afweten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. W 5
  4. E 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

afweten telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

afweten in het kort

afweten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afweten zijn 43 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afweten bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afweten: iets ~ van: kennis bezitten op een bepaald gebied
Deel afweten — standaardnederlands.nl