Naar de inhoud

afvaren

wegvaren (van de wal)

afvaren

werkwoord

Betekenis

  1. wegvaren (van de wal)

werkwoord

  1. een heel traject varend voltooien ergative

Vervoeging van afvaren

afvarenhele werkwoord — voer afverleden tijd enkelvoud — voeren afverleden tijd meervoud — afgevarenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vaar af voer af
jij vaart af voer af
hij, zij, het vaart af voer af
wij varen af voeren af
jullie varen af voeren af
zij varen af voeren af
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te varen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen varen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal varen bijzin, toekomende tijd
af zou varen bijzin, voorwaardelijk
af zouden varen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt varen bijzin, voorwaardelijk
af zullen varen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen varen bijzin, toekomende tijd
af zult varen bijzin, toekomende tijd
afgevaren verleden tijd, deelwoord
afgevaren te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgevaren zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afvaar bijzin, tegenwoordige tijd
afvaart bijzin, tegenwoordige tijd
afvarend onvoltooid, deelwoord
afvoer bijzin, verleden tijd
afvoeren bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had afgevaren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgevaren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgevaren voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgevaren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgevaren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgevaren voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgevaren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgevaren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgevaren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgevaren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgevaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgevaren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgevaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgevaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgevaren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgevaren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afvaren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vaar af gebiedende wijs
voer af verleden tijd
zal afgevaren hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgevaren hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgevaren hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afvaren bijzin, toekomende tijd
zou afgevaren hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgevaren hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgevaren hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afvaren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afvaren af zou(dt) varen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgevaren hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgevaren hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgevaren hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afvaren bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgevaren hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afvaren bijzin, voorwaardelijk
zullen afgevaren hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgevaren hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgevaren hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afvaren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afvaren bijzin, toekomende tijd
zult afgevaren hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afvaren bijzin, toekomende tijd
zult/zal afvaren af zult/zal varen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af en varen

Woordfamilie van afvaren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgevaren voltooid deelwoord afvaren
afvaar subordinate-clause, tegenwoordige tijd afvaren
afvare with-subordinate-clause afvaren
afvarend onvoltooid deelwoord afvaren
afvarende woordvorm afvaren
vaar af gebiedende wijs afvaren
vaart af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afvaren
vare af woordvorm afvaren
varen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afvaren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afvaren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afvaren

Wat is de betekenis van afvaren?
Afvaren is een werkwoord. De betekenis is: wegvaren (van de wal). In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afvaren?
Zo vervoeg je afvaren zo: het voltooid deelwoord is afgevaren. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afvaren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. A 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afvaren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. A 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

afvaren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

afvaren in het kort

afvaren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afvaren staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afvaren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afvaren: wegvaren (van de wal)
Deel afvaren — standaardnederlands.nl