Naar de inhoud

afvoeren

verwijderen, wegleiden

afvoeren is meer dan één woord

afvoeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. verwijderen, wegleiden

Vervoeging van afvoeren

afvoerenhele werkwoord — voerde afverleden tijd enkelvoud — voerden afverleden tijd meervoud — afgevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer af voerde af
jij voert af voerde af
hij, zij, het voert af voerde af
wij voeren af voerden af
jullie voeren af voerden af
zij voeren af voerden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal voeren bijzin, toekomende tijd
af zou voeren bijzin, voorwaardelijk
af zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
af zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
af zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen voeren bijzin, toekomende tijd
af zult voeren bijzin, toekomende tijd
afgevoerd verleden tijd, deelwoord
afgevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afvoer bijzin, tegenwoordige tijd
afvoerde bijzin, verleden tijd
afvoerden bijzin, verleden tijd
afvoerend onvoltooid, deelwoord
afvoert bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer af gebiedende wijs
voerde af verleden tijd
waart afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afvoeren af zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afvoeren bijzin, toekomende tijd
zult afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van afvaren

Vervoeging van afvoeren

afvoerenhele werkwoord — voerde afverleden tijd enkelvoud — voerden afverleden tijd meervoud — afgevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer af voerde af
jij voert af voerde af
hij, zij, het voert af voerde af
wij voeren af voerden af
jullie voeren af voerden af
zij voeren af voerden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal voeren bijzin, toekomende tijd
af zou voeren bijzin, voorwaardelijk
af zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
af zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
af zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen voeren bijzin, toekomende tijd
af zult voeren bijzin, toekomende tijd
afgevoerd verleden tijd, deelwoord
afgevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afvoer bijzin, tegenwoordige tijd
afvoerde bijzin, verleden tijd
afvoerden bijzin, verleden tijd
afvoerend onvoltooid, deelwoord
afvoert bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer af gebiedende wijs
voerde af verleden tijd
waart afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afvoeren af zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afvoeren bijzin, toekomende tijd
zult afgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord afvoer

Herkomst

samenstelling van af bw en voeren ww

Woordfamilie van afvoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgevoerd voltooid deelwoord afvoeren
afgevoerde woordvorm afvoeren
afvoerde subordinate-clause, verleden tijd afvoeren
afvoerden subordinate-clause, verleden tijd afvoeren
afvoere with-subordinate-clause afvoeren
afvoerend onvoltooid deelwoord afvoeren
afvoerende woordvorm afvoeren
afvoert subordinate-clause, tegenwoordige tijd afvoeren
voerde af verleden tijd afvoeren
voerden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afvoeren
voere af woordvorm afvoeren
voert af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afvoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afvoeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over afvoeren

Wat betekent afvoeren?
Afvoeren is een werkwoord. Het woord betekent: verwijderen, wegleiden.
Hoe vervoeg je afvoeren?
Je vervoegt afvoeren als volgt: het voltooid deelwoord is afgevoerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afvoeren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afvoeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afvoeren in het kort

afvoeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van afvoeren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afvoeren bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afvoeren: verwijderen, wegleiden
Deel afvoeren — standaardnederlands.nl