adstrueren
werkwoordBetekenis
- toelichten
Vervoeging van adstrueren
adstruerenhele werkwoord — adstrueerdeverleden tijd enkelvoud — adstrueerdenverleden tijd meervoud — geadstrueerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | adstrueer | adstrueerde |
| jij | adstrueert | adstrueerde |
| hij, zij, het | adstrueert | adstrueerde |
| wij | adstrueren | adstrueerden |
| jullie | adstrueren | adstrueerden |
| zij | adstrueren | adstrueerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| adstrueer | gebiedende wijs |
| adstrueerde | verleden tijd |
| adstruere | aanvoegende wijs |
| adstruerend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geadstrueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geadstrueerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geadstrueerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geadstrueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geadstrueerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geadstrueerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geadstrueerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geadstrueerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geadstrueerd | verleden tijd, deelwoord |
| geadstrueerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geadstrueerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geadstrueerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geadstrueerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geadstrueerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geadstrueerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geadstrueerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geadstrueerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geadstrueerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geadstrueerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadstrueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te adstrueren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geadstrueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen adstrueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geadstrueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geadstrueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geadstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geadstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geadstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geadstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geadstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geadstrueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geadstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geadstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geadstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geadstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geadstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geadstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geadstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geadstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geadstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geadstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geadstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geadstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geadstrueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geadstrueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen adstrueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geadstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geadstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geadstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geadstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geadstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geadstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult adstrueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geadstrueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geadstrueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geadstrueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘toelichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1656
Woordfamilie van adstrueren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| adstrueer | gebiedende wijs | adstrueren |
| adstrueerde | verleden tijd | adstrueren |
| adstrueerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | adstrueren |
| adstrueert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | adstrueren |
| adstruere | aanvoegende wijs | adstrueren |
| adstruerend | onvoltooid deelwoord | adstrueren |
| adstruerende | woordvorm | adstrueren |
| geadstrueerd | voltooid deelwoord | adstrueren |
| geadstrueerde | woordvorm | adstrueren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adstrueren zijn vastgelegd.