aantonen
werkwoord ˈantonə(n)Betekenis
- wijzen
- bewijzen
Hoe spreek je aantonen uit?
/ˈantonən/
Aantonen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| t | tak |
| o | boot |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aantonen
aantonenhele werkwoord — toonde aanverleden tijd enkelvoud — toonden aanverleden tijd meervoud — aangetoondvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | toon aan | toonde aan |
| jij | toont aan | toonde aan |
| hij, zij, het | toont aan | toonde aan |
| wij | tonen aan | toonden aan |
| jullie | tonen aan | toonden aan |
| zij | tonen aan | toonden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te tonen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen tonen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal tonen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou tonen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden tonen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt tonen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen tonen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen tonen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult tonen | bijzin, toekomende tijd |
| aangetoond | verleden tijd, deelwoord |
| aangetoond te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangetoond te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangetoond te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangetoond te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangetoond te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangetoond worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangetoond zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangetoond zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangetoond zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangetoond zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aantonend | onvoltooid, deelwoord |
| aantoon | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aantoonde | bijzin, verleden tijd |
| aantoonden | bijzin, verleden tijd |
| aantoont | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangetoond | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangetoond | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangetoond | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangetoond | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangetoond worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangetoond zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangetoond worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangetoond zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangetoond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangetoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangetoond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangetoond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangetoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangetoond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangetoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangetoond | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangetoond | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aantonen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toon aan | gebiedende wijs |
| toonde aan | verleden tijd |
| waart aangetoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangetoond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangetoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangetoond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangetoond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangetoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangetoond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangetoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangetoond hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangetoond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangetoond hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangetoond zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangetoond zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aantonen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangetoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangetoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangetoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangetoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangetoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangetoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangetoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aantonen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aantonen aan zou(dt) tonen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangetoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangetoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangetoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangetoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangetoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangetoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aantonen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangetoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangetoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aantonen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangetoond hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangetoond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangetoond hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangetoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangetoond zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangetoond zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangetoond zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aantonen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aantonen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aantonen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangetoond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en tonen ww
Woordfamilie van aantonen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aantone | with-subordinate-clause | aantonen |
| aantoon | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aantonen |
| aantoonde | subordinate-clause, verleden tijd | aantonen |
| aantoonden | subordinate-clause, verleden tijd | aantonen |
| aantoont | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aantonen |
| tone aan | woordvorm | aantonen |
| tonen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aantonen |
| toon aan | gebiedende wijs | aantonen |
| toonde aan | verleden tijd | aantonen |
| toonden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aantonen |
| toont aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aantonen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aantonen zijn vastgelegd.