Naar de inhoud

waarmaken

tot een realiteit maken

waarmaken

werkwoord

Betekenis

  1. tot een realiteit maken

Vervoeging van waarmaken

waarmakenhele werkwoord — maakte waarverleden tijd enkelvoud — maakten waarverleden tijd meervoud — waargemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak waar maakte waar
jij maakt waar maakte waar
hij, zij, het maakt waar maakte waar
wij maken waar maakten waar
jullie maken waar maakten waar
zij maken waar maakten waar
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is waargemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was waargemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd waargemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt waargemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal waargemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal waargemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou waargemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou waargemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had waargemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had waargemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had waargemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden waargemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden waargemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden waargemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt waargemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben waargemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak u/je waar, maakt je waar gebiedende wijs
maak waar gebiedende wijs
maakte waar verleden tijd
te hebben waargemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen waarmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waar te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
waar te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waar zal maken bijzin, toekomende tijd
waar zou maken bijzin, voorwaardelijk
waar zouden maken bijzin, voorwaardelijk
waar zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
waar zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
waar zullen maken bijzin, toekomende tijd
waar zult maken bijzin, toekomende tijd
waargemaakt verleden tijd, deelwoord
waargemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
waargemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
waargemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
waargemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waargemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
waargemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
waargemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
waargemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waargemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
waargemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waarmaak bijzin, tegenwoordige tijd
waarmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
waarmaakte bijzin, verleden tijd
waarmaakten bijzin, verleden tijd
waarmakend onvoltooid, deelwoord
waart waargemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren waargemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren waargemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren waargemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was waargemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was waargemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was waargemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt waargemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me waarmaken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal waargemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal waargemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal waargemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal waargemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal waargemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal waarmaken bijzin, toekomende tijd
zal zich waarmaken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je waarmaken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich waargemaakt hebben verleden tijd
zich waarmakend onvoltooid, deelwoord
zijn waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt waargemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou waargemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou waargemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou waargemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou waargemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou waargemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou waargemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou waarmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) waarmaken waar zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden waargemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden waargemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden waargemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden waargemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden waargemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden waargemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden waarmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt waargemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt waargemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt waarmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt waarmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen je waarmaken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons waarmaken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen waargemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen waargemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen waargemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen waargemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen waargemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon

Herkomst

samenstelling van waar en maken

Woordfamilie van waarmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
maak waar gebiedende wijs waarmaken
maakt waar aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon waarmaken
maakte waar verleden tijd waarmaken
maakten waar aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon waarmaken
make waar woordvorm waarmaken
maken waar aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon waarmaken
waargemaakt voltooid deelwoord waarmaken
waargemaakte woordvorm waarmaken
waarmaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd waarmaken
waarmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd waarmaken
waarmaakte subordinate-clause, verleden tijd waarmaken
waarmaakten subordinate-clause, verleden tijd waarmaken
waarmake with-subordinate-clause waarmaken
waarmakend onvoltooid deelwoord waarmaken
waarmakende woordvorm waarmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waarmaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over waarmaken

Wat is de betekenis van waarmaken?
Waarmaken is een werkwoord. De betekenis is: tot een realiteit maken.
Hoe vervoeg ik waarmaken?
Zo vervoeg je waarmaken zo: het voltooid deelwoord is waargemaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord waarmaken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

waarmaken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

waarmaken in het kort

waarmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van waarmaken staan er 99 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort waarmaken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

waarmaken: tot een realiteit maken
Deel waarmaken — standaardnederlands.nl