Naar de inhoud

zwingelen

een bewerking van vlas en hennep waarbij, nadat het harde omhulsel (houtpijp) van de stengel gebroken is, dit verwijderd wordt door de vezels tussen twee tegen elkaar indraaiende molens door te voeren

zwingelen

werkwoord /zʋɪŋələ(n)/

Betekenis

  1. een bewerking van vlas en hennep waarbij, nadat het harde omhulsel (houtpijp) van de stengel gebroken is, dit verwijderd wordt door de vezels tussen twee tegen elkaar indraaiende molens door te voeren
  2. tweede betekenisomschrijving.
  3. enz.

Hoe spreek je zwingelen uit?

/zwɪŋələn/

Zwingelen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /zwɪŋələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
w quiz
ɪ pit
ŋ ding
ə de
l land
n nek

werkwoord

  1. ontdoen van de houtige delen van de stengel Dit gebeurde vroeger met de hand en later door de vezels tussen twee tegen elkaar in draaiende molens door te voeren transitive
  2. een heen en weer gaande beweging maken unergative

Vervoeging van zwingelen

zwingelenhele werkwoord — zwingeldeverleden tijd enkelvoud — zwingeldenverleden tijd meervoud — gezwingeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zwingel zwingelde
jij zwingelt zwingelde
hij, zij, het zwingelt zwingelde
wij zwingelen zwingelden
jullie zwingelen zwingelden
zij zwingelen zwingelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gezwingeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezwingeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezwingeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezwingeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezwingeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezwingeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezwingeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezwingeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezwingeld verleden tijd, deelwoord
gezwingeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezwingeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezwingeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwingeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwingeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwingeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezwingeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezwingeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezwingeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezwingeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezwingeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezwingeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezwingeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezwingeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezwingeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezwingeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezwingeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwingeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezwingeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwingelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zwingelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
waart gezwingeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezwingeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezwingeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezwingeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezwingeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezwingeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezwingeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gezwingeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gezwingeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwingeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezwingeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezwingeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwingeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gezwingeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gezwingeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwingeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwingeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwingeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwingeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwingeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezwingeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezwingeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezwingeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezwingeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezwingeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezwingeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezwingeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezwingeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezwingeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezwingeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezwingeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezwingeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezwingeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezwingeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwingelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezwingeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezwingeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezwingeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwingelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zwingel gebiedende wijs
zwingelde verleden tijd
zwingele aanvoegende wijs
zwingelend onvoltooid, deelwoord

Woordfamilie van zwingelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezwingeld voltooid deelwoord zwingelen
gezwingelde woordvorm zwingelen
zwingelde verleden tijd zwingelen
zwingelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwingelen
zwingele aanvoegende wijs zwingelen
zwingelend onvoltooid deelwoord zwingelen
zwingelende woordvorm zwingelen
zwingelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwingelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwingelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over zwingelen

Hoe spreek je zwingelen uit?
De uitspraak van zwingelen is: /zʋɪŋələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent zwingelen?
Zwingelen is een werkwoord. Het woord betekent: een bewerking van vlas en hennep waarbij, nadat het harde omhulsel (houtpijp) van de stengel gebroken is, dit verwijderd wordt door de vezels tussen twee tegen elkaar indraaiende molens door te voeren. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je zwingelen?
Je vervoegt zwingelen als volgt: de tegenwoordige tijd is zwingel, de verleden tijd is zwingelde en het voltooid deelwoord is gezwingeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwingelen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. I 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwingelen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. I 2
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zwingelen in het kort

zwingelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van zwingelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zwingelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zwingelen: een bewerking van vlas en hennep waarbij, nadat het harde omhulsel (houtpijp) van de stengel gebroken is, dit verwijderd wordt door de vezels tussen twee tegen elkaar indraaiende molens door te voeren
Deel zwingelen — standaardnederlands.nl