zwingelen
werkwoord /zʋɪŋələ(n)/Betekenis
- een bewerking van vlas en hennep waarbij, nadat het harde omhulsel (houtpijp) van de stengel gebroken is, dit verwijderd wordt door de vezels tussen twee tegen elkaar indraaiende molens door te voeren
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Hoe spreek je zwingelen uit?
/zwɪŋələn/
Zwingelen bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
werkwoord
- ontdoen van de houtige delen van de stengel Dit gebeurde vroeger met de hand en later door de vezels tussen twee tegen elkaar in draaiende molens door te voeren transitive
- een heen en weer gaande beweging maken unergative
Vervoeging van zwingelen
zwingelenhele werkwoord — zwingeldeverleden tijd enkelvoud — zwingeldenverleden tijd meervoud — gezwingeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zwingel | zwingelde |
| jij | zwingelt | zwingelde |
| hij, zij, het | zwingelt | zwingelde |
| wij | zwingelen | zwingelden |
| jullie | zwingelen | zwingelden |
| zij | zwingelen | zwingelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gezwingeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gezwingeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gezwingeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gezwingeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gezwingeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gezwingeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gezwingeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gezwingeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezwingeld | verleden tijd, deelwoord |
| gezwingeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezwingeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezwingeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezwingeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezwingeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezwingeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezwingeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezwingeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezwingeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezwingeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezwingeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezwingeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezwingeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezwingeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezwingeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezwingeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezwingeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezwingeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezwingeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zwingelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| te zwingelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| waart gezwingeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezwingeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gezwingeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezwingeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gezwingeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gezwingeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gezwingeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gezwingeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gezwingeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezwingeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezwingeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gezwingeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezwingeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gezwingeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gezwingeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezwingeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezwingeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezwingeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezwingeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezwingeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezwingeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezwingeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezwingeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezwingeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezwingeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezwingeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezwingeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezwingeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezwingeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezwingeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezwingeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezwingeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezwingeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezwingeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zwingelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezwingeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezwingeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezwingeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zwingelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zwingel | gebiedende wijs |
| zwingelde | verleden tijd |
| zwingele | aanvoegende wijs |
| zwingelend | onvoltooid, deelwoord |
Woordfamilie van zwingelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezwingeld | voltooid deelwoord | zwingelen |
| gezwingelde | woordvorm | zwingelen |
| zwingelde | verleden tijd | zwingelen |
| zwingelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zwingelen |
| zwingele | aanvoegende wijs | zwingelen |
| zwingelend | onvoltooid deelwoord | zwingelen |
| zwingelende | woordvorm | zwingelen |
| zwingelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zwingelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwingelen zijn vastgelegd.