Naar de inhoud

repelen

de zaadbol van het vlas scheiden

repelen

werkwoord

Betekenis

  1. de zaadbol van het vlas scheiden

Vervoeging van repelen

repelenhele werkwoord — repeldeverleden tijd enkelvoud — repeldenverleden tijd meervoud — gerepeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik repel repelde
jij repelt repelde
hij, zij, het repelt repelde
wij repelen repelden
jullie repelen repelden
zij repelen repelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerepeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerepeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerepeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerepeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerepeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerepeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerepeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerepeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerepeld verleden tijd, deelwoord
gerepeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerepeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerepeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerepeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerepeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerepeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerepeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerepeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerepeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerepeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerepeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
repel gebiedende wijs
repelde verleden tijd
repele aanvoegende wijs
repelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerepeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te repelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen repelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerepeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerepeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerepeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerepeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerepeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerepeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal repelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal repelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal repelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou repelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou repelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou repelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden repelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden repelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden repelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerepeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt repelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerepeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerepeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerepeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerepeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerepeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen repelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen repelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen repelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen repelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerepeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerepeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult repelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van repel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van repelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerepeld voltooid deelwoord repelen
gerepelde woordvorm repelen
repelde verleden tijd repelen
repelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon repelen
repele aanvoegende wijs repelen
repelend onvoltooid deelwoord repelen
repelende woordvorm repelen
repelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon repelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van repelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over repelen

Wat is de betekenis van repelen?
Repelen is een werkwoord. De betekenis is: de zaadbol van het vlas scheiden.
Hoe vervoeg ik repelen?
Zo vervoeg je repelen zo: de tegenwoordige tijd is repel, de verleden tijd is repelde en het voltooid deelwoord is gerepeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord repelen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. P 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

repelen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. P 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

repelen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

repelen in het kort

repelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van repelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort repelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

repelen: de zaadbol van het vlas scheiden
Deel repelen — standaardnederlands.nl