Naar de inhoud

zonnen

zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling

zonnen is meer dan één woord

zonnen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈzɔnə(n)

Betekenis

  1. zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling
  2. licht en warm worden door zonnestraling, het schijnen van de zon
  3. aan de werking van zonlicht blootstellen

Hoe spreek je zonnen uit?

/ˈzɔnən/

Zonnen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzɔnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
ɔ bot
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van zonnen

zonnenhele werkwoord — zondeverleden tijd enkelvoud — zondenverleden tijd meervoud — gezondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zon zonde
jij zont zonde
hij, zij, het zont zonde
wij zonnen zonden
jullie zonnen zonden
zij zonnen zonden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezond verleden tijd, deelwoord
gezond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zonnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zonnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zon gebiedende wijs
zonde verleden tijd
zonne aanvoegende wijs
zonnend onvoltooid, deelwoord
zou gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zonnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van zinnen

Vervoeging van zonnen

zonnenhele werkwoord — zondeverleden tijd enkelvoud — zondenverleden tijd meervoud — gezondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zon zonde
jij zont zonde
hij, zij, het zont zonde
wij zonnen zonden
jullie zonnen zonden
zij zonnen zonden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezond verleden tijd, deelwoord
gezond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zonnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zonnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zon gebiedende wijs
zonde verleden tijd
zonne aanvoegende wijs
zonnend onvoltooid, deelwoord
zou gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zonnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zonnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zonnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zon

Herkomst

ww: van Middelnederlands sonnen; op te vatten als afgeleid van zon zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van zonnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
zonne aanvoegende wijs zonnen
zonnend onvoltooid deelwoord zonnen
zonnende woordvorm zonnen
zont aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zonnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zonnen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zonnen

Hoe spreek ik zonnen uit?
Zo spreek je zonnen uit: /ˈzɔnə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van zonnen?
Zonnen is een werkwoord. De betekenis is: zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik zonnen?
Zo vervoeg je zonnen zo: de tegenwoordige tijd is zon, de verleden tijd is zonde en het voltooid deelwoord is gezond. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op zonnen?

Er staan 15 woorden in dit woordenboek die op zonnen rijmen, waaronder kartonnen, bezonnen en jonnen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op zonnen, uitspraak ˈzɔnən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kartonnen 3
bezonnen 3
jonnen 2
onbegonnen 4
aangesponnen 4
aangewonnen 4
botertonnen 4
consumptiebonnen 5
dubbelpionnen 5
gewonnen 3
herbronnen 3
karntonnen 4
sponnen 2
uitertonnen 4
wonnen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zonnen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. O 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zonnen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zonnen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zonnen in het kort

zonnen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van zonnen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zonnen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zonnen: zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling
Deel zonnen — standaardnederlands.nl