zonde
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ˈzɔndəBetekenis
- een overtreding van een goddelijke wet of regel
- jammer, iets dat te betreuren is
Hoe spreek je zonde uit?
/ˈzɔndə/
Zonde bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- overtreding van een goddelijke wet of regel
- overtreding van een door mensen gestelde norm figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zonden | meervoud |
| zondes | meervoud |
| zondetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zondetjes | verkleinwoord, meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- te betreuren, een gevoel van spijt of teleurstelling oproepend
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van zonnen
Vervoeging van zonde
zondehele werkwoord
Herkomst
zn, bn: erfwoord via Middelnederlands sonde van Oudnederlands sunda, in de betekenis van ‘overtreding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van zonde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zondes | meervoud | zonde |
| zondetje | verkleinwoord | zonde |
| zondetjes | verkleinwoord meervoud | zonde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zonde zijn vastgelegd.