Naar de inhoud

zoenen

met de mond liefkozen

zoenen is meer dan één woord

zoenen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. met de mond liefkozen

Vervoeging van zoenen

zoenenhele werkwoord — zoendeverleden tijd enkelvoud — zoendenverleden tijd meervoud — gezoendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zoen zoende
jij zoent zoende
hij, zij, het zoent zoende
wij zoenen zoenden
jullie zoenen zoenden
zij zoenen zoenden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gezoend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezoend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezoend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezoend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezoend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezoend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezoend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezoend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezoend verleden tijd, deelwoord
gezoend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezoend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezoend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezoend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezoend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezoend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezoend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezoend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezoend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezoend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezoend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezoend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezoend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezoend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezoend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezoend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zoenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zoenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezoend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezoend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezoend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zoen gebiedende wijs
zoende verleden tijd
zoene aanvoegende wijs
zoenend onvoltooid, deelwoord
zou gezoend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezoend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezoend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezoend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezoend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezoend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezoend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zoenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezoend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezoend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezoend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zoenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezoend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zoenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zoen

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zoen

Herkomst

afgeleid van zoen met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van zoenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezoend voltooid deelwoord zoenen
gezoende woordvorm zoenen
zoende verleden tijd zoenen
zoenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zoenen
zoene aanvoegende wijs zoenen
zoenend onvoltooid deelwoord zoenen
zoenende woordvorm zoenen
zoent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zoenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoenen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over zoenen

Wat is de betekenis van zoenen?
Zoenen is een werkwoord. De betekenis is: met de mond liefkozen.
Hoe vervoeg ik zoenen?
Zo vervoeg je zoenen zo: de tegenwoordige tijd is zoen, de verleden tijd is zoende en het voltooid deelwoord is gezoend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zoenen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zoenen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. O 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zoenen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zoenen in het kort

zoenen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van zoenen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zoenen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zoenen: met de mond liefkozen
Deel zoenen — standaardnederlands.nl