zieke
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ˈzikəBetekenis
- iemand die ziek is
Hoe spreek je zieke uit?
/ˈzikə/
Zieke bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| i | riet |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van ziek
Woordvorm
- aanvoegende wijs van zieken
Vervoeging van zieke
ziekehele werkwoord
Herkomst
Afgeleid van ziek met het achtervoegsel -e
Afleidingen en samenstellingen
- ziekenafdeling
- ziekenappel
- ziekenauto
- ziekenbezoek
- ziekenboeg
- ziekenboekje
- ziekenbroeder
- ziekendag
- ziekenfonds
- ziekengasthuis
- ziekengeld
- ziekenhuis
- ziekeninrichting
- ziekenkamer
- ziekenkas
- ziekenkost
- ziekenmoeder
- ziekenomroep
- ziekenoppasser
- ziekenoppasster
- ziekenrapport
- ziekentransport
- ziekentroost
- ziekenvader