ziekenkas
zelfstandig naamwoord /'zikə(n)kɑs/Betekenis
- fonds waaruit men een uitkering betaalt aan werknemers die ziek zijn en dus niet kunnen werken
- verplichte verzekering voor medische kosten
Hoe spreek je ziekenkas uit?
/ˈzikənkɑs/
Ziekenkas bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| i | riet |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ziekenkassen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zieke zn en kas zn met het invoegsel -n-
Woordfamilie van ziekenkas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ziekenkassen | meervoud | ziekenkas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziekenkas zijn vastgelegd.