Naar de inhoud

zaaien

zaad strooien

zaaien

werkwoord

Betekenis

  1. zaad strooien
  2. veroorzaken of teweegbrengen

Vervoeging van zaaien

zaaienhele werkwoord — zaaideverleden tijd enkelvoud — zaaidenverleden tijd meervoud — gezaaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zaai zaaide
jij zaait zaaide
hij, zij, het zaait zaaide
wij zaaien zaaiden
jullie zaaien zaaiden
zij zaaien zaaiden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gezaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezaaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezaaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezaaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezaaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezaaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezaaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezaaid verleden tijd, deelwoord
gezaaid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezaaid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezaaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezaaid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezaaid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezaaid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezaaid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezaaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezaaid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezaaid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zaaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zaai gebiedende wijs
zaaide verleden tijd
zaaie aanvoegende wijs
zaaiend onvoltooid, deelwoord
zal gezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zaad strooien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van zaaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezaaid voltooid deelwoord zaaien
gezaaide woordvorm zaaien
zaai gebiedende wijs zaaien
zaaide verleden tijd zaaien
zaaiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zaaien
zaaie aanvoegende wijs zaaien
zaaiend onvoltooid deelwoord zaaien
zaaiende woordvorm zaaien
zaait aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zaaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaaien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over zaaien

Wat is de betekenis van zaaien?
Zaaien is een werkwoord. De betekenis is: zaad strooien. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik zaaien?
Zo vervoeg je zaaien zo: de tegenwoordige tijd is zaai, de verleden tijd is zaaide en het voltooid deelwoord is gezaaid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zaaien is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. A 1
  3. A 1
  4. I 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zaaien levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. A 1
  3. A 1
  4. I 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zaaien telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zaaien in het kort

zaaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van zaaien staan er 65 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zaaien bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zaaien: zaad strooien
Deel zaaien — standaardnederlands.nl