zaaibed
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een afgeperkt deel van een tuin waarop gezaaid wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaaibedden | meervoud |
| zaaibedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaaibedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaai ww en bed zn
Woordfamilie van zaaibed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaaibedden | meervoud | zaaibed |
| zaaibedje | verkleinwoord | zaaibed |
| zaaibedjes | verkleinwoord meervoud | zaaibed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaaibed zijn vastgelegd.