zaailing
zelfstandig naamwoord ˈzajlɪŋBetekenis
- uit zaad opgekweekte plant, het stadium volgend op de kiemplant, waarin de eerste blaadjes verschijnen
- vrouwelijke, zaaddragende plant van hennep of vlas. Deze benaming houdt vooral verband met de hennepteelt voor vezels, omdat de vrouwelijke planten voor dat doel later werden geoogst.
- gezwel dat is ontstaan door kwaadaardige cellen die zich vanuit een oorspronkelijk gezwel door het lichaam hebben verplaatst
Hoe spreek je zaailing uit?
/ˈzajlɪŋ/
Zaailing bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| j | ja |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vrouwelijke, zaaddragende plant van hennep of vlas Deze benaming houdt vooral verband met de hennepteelt voor vezels, omdat de vrouwelijke planten voor dat doel later werden geoogst.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaailingen | meervoud |
| zaailingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaailingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van zaaien met het achtervoegsel -ling **[2] mogelijk onder invloed van zaadling
Woordfamilie van zaailing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaailingen | meervoud | zaailing |
| zaailingetje | verkleinwoord | zaailing |
| zaailingetjes | verkleinwoord meervoud | zaailing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaailing zijn vastgelegd.