woelen
werkwoordBetekenis
- onrustig bewegen
werkwoord
- wroeten intransitive
- het loswerken van een vaste bodemlaag transitive
Vervoeging van woelen
woelenhele werkwoord — woeldeverleden tijd enkelvoud — woeldenverleden tijd meervoud — gewoeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | woel | woelde |
| jij | woelt | woelde |
| hij, zij, het | woelt | woelde |
| wij | woelen | woelden |
| jullie | woelen | woelden |
| zij | woelen | woelden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gewoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewoeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewoeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewoeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewoeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewoeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewoeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewoeld | verleden tijd, deelwoord |
| gewoeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewoeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te woelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen woelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| woel | gebiedende wijs |
| woelde | verleden tijd |
| woele | aanvoegende wijs |
| woelend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gewoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal woelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal woelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal woelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou woelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou woelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou woelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden woelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden woelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden woelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt woelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen woelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen woelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen woelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen woelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult woelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘zich onrustig bewegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van woelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewoeld | voltooid deelwoord | woelen |
| gewoelde | woordvorm | woelen |
| woel | gebiedende wijs | woelen |
| woelde | verleden tijd | woelen |
| woelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | woelen |
| woele | aanvoegende wijs | woelen |
| woelend | onvoltooid deelwoord | woelen |
| woelende | woordvorm | woelen |
| woelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | woelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woelen zijn vastgelegd.