Naar de inhoud

omspitten

met een schep of spade omkeren

omspitten

werkwoord

Betekenis

  1. met een schep of spade omkeren

Vervoeging van omspitten

omspittenhele werkwoord — spitte omverleden tijd enkelvoud — spitten omverleden tijd meervoud — omgespitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spit om spitte om
jij spit om spitte om
hij, zij, het spit om spitte om
wij spitten om spitten om
jullie spitten om spitten om
zij spitten om spitten om
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgespit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgespit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgespit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgespit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgespit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgespit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgespit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgespit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgespit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te spitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen spitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal spitten bijzin, toekomende tijd
om zou spitten bijzin, voorwaardelijk
om zouden spitten bijzin, voorwaardelijk
om zoudt spitten bijzin, voorwaardelijk
om zullen spitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen spitten bijzin, toekomende tijd
om zult spitten bijzin, toekomende tijd
omgespit verleden tijd, deelwoord
omgespit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgespit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgespit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgespit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgespit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgespit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgespit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgespit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgespit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgespit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omspit bijzin, tegenwoordige tijd
omspitte bijzin, verleden tijd
omspittend onvoltooid, deelwoord
spit om gebiedende wijs
spitte om verleden tijd
te hebben omgespit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omspitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omspitten bijzin, toekomende tijd
zijn omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omspitten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omspitten om zou(dt) spitten bijzin, voorwaardelijk
zouden omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omspitten bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omspitten bijzin, voorwaardelijk
zullen omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omspitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omspitten bijzin, toekomende tijd
zult omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van omspitten

Vervoeging van omspitten

omspittenhele werkwoord — spitte omverleden tijd enkelvoud — spitten omverleden tijd meervoud — omgespitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spit om spitte om
jij spit om spitte om
hij, zij, het spit om spitte om
wij spitten om spitten om
jullie spitten om spitten om
zij spitten om spitten om
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgespit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgespit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgespit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgespit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgespit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgespit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgespit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgespit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgespit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te spitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen spitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal spitten bijzin, toekomende tijd
om zou spitten bijzin, voorwaardelijk
om zouden spitten bijzin, voorwaardelijk
om zoudt spitten bijzin, voorwaardelijk
om zullen spitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen spitten bijzin, toekomende tijd
om zult spitten bijzin, toekomende tijd
omgespit verleden tijd, deelwoord
omgespit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgespit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgespit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgespit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgespit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgespit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgespit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgespit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgespit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgespit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omspit bijzin, tegenwoordige tijd
omspitte bijzin, verleden tijd
omspittend onvoltooid, deelwoord
spit om gebiedende wijs
spitte om verleden tijd
te hebben omgespit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omspitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgespit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgespit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgespit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgespit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgespit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omspitten bijzin, toekomende tijd
zijn omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgespit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omspitten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omspitten om zou(dt) spitten bijzin, voorwaardelijk
zouden omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omspitten bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgespit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgespit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omspitten bijzin, voorwaardelijk
zullen omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omspitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omspitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omspitten bijzin, toekomende tijd
zult omgespit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omgespit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omgespit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van om en spitten

Woordfamilie van omspitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgespit voltooid deelwoord omspitten
omgespitte woordvorm omspitten
omspit subordinate-clause, tegenwoordige tijd omspitten
omspitte subordinate-clause, verleden tijd omspitten
omspittend onvoltooid deelwoord omspitten
omspittende woordvorm omspitten
spit om gebiedende wijs omspitten
spitte om verleden tijd omspitten
spitten om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omspitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omspitten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over omspitten

Wat betekent omspitten?
Omspitten is een werkwoord. Het woord betekent: met een schep of spade omkeren.
Hoe vervoeg je omspitten?
Je vervoegt omspitten als volgt: het voltooid deelwoord is omgespit. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omspitten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. P 3
  5. I 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omspitten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. P 4
  5. I 2
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omspitten in het kort

omspitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van omspitten zijn 84 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort omspitten bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

omspitten: met een schep of spade omkeren
Deel omspitten — standaardnederlands.nl