werven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- mensen zien te verkrijgen als lid of voor een bepaalde taak
- geld inzamelen voor een bepaald doel
werkwoord
- mensen als soldaat in militaire dienst proberen te krijgen transitive
Vervoeging van werven
wervenhele werkwoord — wierfverleden tijd enkelvoud — wiervenverleden tijd meervoud — geworvenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | werf | wierf |
| jij | werft | wierf |
| hij, zij, het | werft | wierf |
| wij | werven | wierven |
| jullie | werven | wierven |
| zij | werven | wierven |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geworven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geworven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geworven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geworven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geworven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geworven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geworven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geworven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geworven | verleden tijd, deelwoord |
| geworven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geworven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geworven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geworven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geworven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geworven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geworven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geworven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geworven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geworven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geworven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geworven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te werven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen werven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| werf | gebiedende wijs |
| werve | aanvoegende wijs |
| wervend | onvoltooid, deelwoord |
| wierf | verleden tijd |
| zal geworven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geworven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geworven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal werven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal werven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal werven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou werven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou werven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou werven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden werven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden werven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden werven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt werven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geworven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geworven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geworven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen werven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen werven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen werven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen werven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geworven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult werven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord werf
Herkomst
In de betekenis van ‘in dienst nemen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1466
Woordfamilie van werven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geworven | voltooid deelwoord | werven |
| werft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | werven |
| werve | aanvoegende wijs | werven |
| wervend | onvoltooid deelwoord | werven |
| wervende | woordvorm | werven |
| wierf | verleden tijd | werven |
| wierven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | werven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van werven zijn vastgelegd.